Mosmanneke

Leeuwen op Seppe

Het terrein van Brabant Water in Bosschenhoofd bezoek ik meerdere malen per jaar. Het gebied is maar 53 hectare groot maar dat wil niet zeggen dat er op natuurhistorisch gebied weinig valt te beleven. Bovendien is het een leuk gebied voor iemand die graag alleen in de natuur vertoeft. Omdat het helemaal omheind is wordt je er, om het zomaar eens te zeggen, niet onder de voet gelopen.

Maar hoe zat dat met die leeuwen? Ik kan me de tijd niet meer herinneren dat ik bij de valkuiltjes (foto) heb gezeten van de Mierenleeuw. Vandaag was het zover. Op een plekje van zestig bij dertig centimeter lagen maar liefst tweeëndertig grote en kleine kegelvormige kuiltjes. De grootste had aan de bovenkant een doorsnee van zes centimeter en een diepte van drie centimeter. De kleinste was aan de bovenkant maar één centimeter in doorsnee. Uit de naam blijkt al dat vooral mieren tot de slachtoffers behoren. Overigens was er langs heel de slootkant geen mier te zien. Ook met andere hapjes is de Mierenleeuw uitermate tevreden.

Het was een warme, zonnige dag en in veel van de kuiltjes was er wel iets gaande. Allerlei kleine insecten probeerden tevergeefs houvast te zoeken tegen een schuine wand van rollende zandkorrels. Sommige doorzetters bereikten de rand en waanden zich reeds in veiligheid. Uitgerekend op dat moment kwam de Mierenleeuw in actie. Met een explosieve beweging van zijn kop gooide hij een ‘handvol’ zandkorrels naar zijn slachtoffer waardoor deze weer naar beneden tuimelde. Met een beetje geluk kon de ongelukkige weer aan een nieuwe ontsnappingspoging beginnen. Kwam hij echter precies onder in het kuiltje terecht dan was het met hem gedaan. Uit de net boven het zand uitstekende kaken van de Mierenleeuw was geen ontsnappen mogelijk. Na de maaltijd werden de niet verteerbare delen van het slachtoffer met verbluffende kracht uit het kuiltje geslingerd. Soms kwamen de etensresten in een ander kuiltje terecht. De eigenaar daarvan moest dan aan de slag om de rommel van een ander op te ruimen!

Mierenleeuw

Zelfs de meest minuscule beestjes slaagden er niet in tegen de wand van de kuil op te klimmen. Opvallend was een Bladluis die met een stuk of tien veel kleinere, lichtbruine, bijna gele insecten, in een van de kuiltjes rondploeterde. De kleintjes leken veel op bladluizen.
Was de Bladluis met haar kroost in het kuiltje gevallen of had ze in hoge barensnood haar jongen in de valkuil ter wereld gebracht? Een andere logische maar huiveringwekkende oplossing was dat de kaken van de Mierenleeuw haar dermate hadden beschadigd dat al haar jongen gelijktijdig ter wereld waren gekomen.
Het werd allemaal nog erger voor de familie bladluis. Het groene jasje van de moeder werd al snel als een verfrommeld vodje uit het kuiltje gesmeten. De anderen, wat dan volgens mij jonge bladluizen waren, probeerden in alle richtingen uit het kuiltje te krabbelen. Het einde kwam snel en meedogenloos. Met een paar kopbewegingen van de Mierenleeuw werden er zandkorrels naar boven geworpen. De luisjes rolden allemaal naar beneden en kwamen op de bodem van het kuiltje en zelfs onder het zand terecht. Het feestmaal voor de Mierenleeuw kon beginnen. Niet één van de beestjes overleefde het. Blijkbaar waren ze mals genoeg om in hun geheel geconsumeerd te worden want restanten zag ik er niet van terug.

In een ander kuiltje bevond zich de larve van een Kokerjuffer of Schietmot. Ook dit diertje wist met geen mogelijkheid uit de trechter te klimmen. Omdat ze een beschermend omhulsel van zandkorrels om zich heen had gemetseld wist ze het einde nog even uit te stellen. Half uit haar kokertje hangend zocht ze met grabbelende pootjes naar houvast. Dat heb ik haar tenslotte maar aangeboden in de vorm van een grassprietje. Niet omdat ik de Mierenleeuw haar dagelijkse boterham misgunde maar gewoon omdat de kokerjuffer zo goed beschermd was. De kaken van de Mierenleeuw zouden waarschijnlijk niet in het harnas door kunnen dringen. Een Kokerjuffer met stalen zenuwen had zich natuurlijk gewoon onder in het kuiltje laten vallen en zich verschanst in haar bunkertje. Tien tegen een had de Mierenleeuw haar als ongewenst afval uit het kuiltje gesmeten. Maar zo’n bravourstukje mag je van een schietmotlarve natuurlijk niet verwachten.

‘t Mosmanneke augustus/september 2008

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*