Mosmanneke

De adem stokte in mijn keel

Geplaatst

 

Langs de Turfvaart op de grens van de Oude Buisse Heide en Wallsteyn had ik een ontmoeting die me nog lang zal heugen.

Op mijn gemak, want het was bloedheet, liep ik langs de vaart door het hoge gras. Het water stroomde traag door lange slierten groene planten. De vogels hadden hier een eigen concertzaal met vrije toegang voor iedereen. Hoe was het mogelijk dat ik dan toch de enige was die daar gebruik van maakte? Als het gratis is loopt het toch storm met de Nederlanders? Het speet me trouwens niks! De vervoering en het fanatisme bij de acteurs was er niet minder om. Koolmezen onderzochten tijdens de pauze een oude boom op insecten. Een Eekhoorntje rende vliegensvlug langs de als coulissen fungerende Zomereiken naar boven. Om geen storende factor te zijn lette ik op elke stap die ik deed. Natuurlijk knapte er toch nog een takje waardoor ik bijna een soort schuldgevoel kreeg. Je kunt het niet maken om als enige luisteraar en toeschouwer, de spelers van hun apropos te brengen!

Ik besloot de Turfvaart te blijven volgen. Waar ik precies uit zou komen en wat voor obstakels mijn weg zouden kruisen daarvan had ik geen flauw idee. Maar dat maakte het juist spannend! Uiteindelijk zou ik achter langs de Angorahoeve en via het Struikven uitkomen op de Buntweg. De weg naar Achtmaal. Om daar te komen moest ik wel eerst het betere struinwerk verrichten. Door weilanden, over prikkeldraad, door slootjes, heggen en ruige begroeiing. Menig druppeltje zweet werd door de Turfvaart afgevoerd. Het werd nog erger toen ik onder de bomen vandaan stapte. Niet meer beschermd door een dicht bladerdak werd het ineens een stuk warmer.

Mijn ogen volgden de sliert weipalen langs de bosrand. Op de grens van bos en wei zijn vaak leuke waarnemingen te doen. Maar zelfs geen Konijn liet zich zien. Wat verder weg boven het weiland trilde de lucht. Plotseling bleef ik staan. Wat ik zag was op zijn minst eigenaardig. Vóór me in het gras liep duidelijk zichtbaar een smal paadje van zo’n twintig centimeter breed. Het begon verderop bij de vaart, volgde de rand in mijn richting en boog vlak voor mijn voeten het weiland in waar het abrupt eindigde. De gevolgtrekking was gauw gemaakt. Een of andere bewoner van de Turfvaart kwam hier steeds langs dezelfde weg boodschappen doen! Terwijl ik neerhurkte begon mijn hart sneller te kloppen. Misschien was de geheimzinnige gebruiker al zo aan zijn wandeling gewend dat hij een toeschouwer wel voor lief zou nemen.

Gehurkt in de brandende zon dreef het zweet over mijn gezicht maar gelukkig hoefde ik niet lang te wachten. Een licht spatten van het water en het daarop volgende geritsel kondigde aan dat er iemand bezig was uit de sloot te klimmen. Gespannen tuurde ik naar de plaats waar het pad begon. Uit het gras stak een kopje met snorharen dat behoedzaam links en rechts keek. De kust werd veilig bevonden en daar verscheen hij dan eindelijk……een Muskusrat, en geen kleintje!

Over zijn zelfgemaakte pad kwam hij naar me toe. Zijn dikke, zijdelings afgeplatte staart, slingerde achter hem aan. Wat boven dit verhaal staat gebeurde ook echt. Ik zat ineens veel te dicht bij de plaats waar hij zijn gras kwam halen. Het was te laat om wat achteruit te gaan want ik wilde hem natuurlijk ook niet verjagen. Vooralsnog was uit zijn gedrag niet op te maken dat hij zou stoppen. Pas toen hij rechtsaf het weiland in moest bleef hij even zitten. Had hij toch onraad geroken? Ik keek recht in zijn kraaloogjes en het leek me raadzaam mijn ademhaling voor enige momenten te onderbreken.

Zonder argwaan te koesteren liep de Muskusrat verder en begon vlak onder mijn ogen (op aai-afstand!) de grashalmen door te bijten. Hij ‘graasde’ gelukkig niet mijn kant uit anders had hij bij wijze van spreken in mijn tenen gebeten. Gedurende zijn arbeid zat ik als een standbeeld en durfde nauwelijks met mijn oogleden te knipperen. De straaltjes zweet die ik over mijn rug voelde lopen kon hij gelukkig niet zien. Met een voorraad gras in zijn bek liep het dier terug. Verbaasd en gelukkig keek ik hem na tot ik zijn donkerbruine hoge rug aan het einde van het pad zag verdwijnen.
 
‘t Mosmanneke   juni/juli 2008

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*