Mosmanneke

We trokken de Pilberg om

Rondom Huybergen liggen uitgestrekte bossen waar het goed wandelen is: Groote en Kleine Meren, Staartse Duinen, Kortenhoef. Weliswaar gebieden met veel naald­hout maar dat betekent allerminst dat er niets te zien of te beleven valt.

Startpunt van de wandeling was in Huybergen bij het lelijke gemeentehuis met het mooie wapen, ongeveer bij het geitjes­standbeeld.
Heemkundespecialist Kees Hoeckx kreeg nog juist de kans uit te leggen dat het geitje vijftienduizend gulden had gekost en anatomisch niet goed in elkaar zat alvorens de pastoor met luid klokgebeier zijn woorden overstemde. Nadat de bronzen klanken over bossen en weilanden waren weggestorven en Huybergen de ogen weer kon sluiten tot de volgende H.Mis, hoorden we Kees nog juist zeggen dat de Nieuwe Hoeve erg oud was! In feite de laatste hoeve die door de orde van de Wilhelmieten omstreeks 1630 werd gebouwd.
De orde van de Wilhelmieten (een soort Benediktijner monniken) werd in de twaalfde eeuw gesticht en wist zich ongeveer 680 jaar lang te handhaven. Zo tegen 1800, ten tijde van de Franse revolutie, was het ‘orde’lijk bestaan van de Wilhelmieten voorgoed voorbij.
Boven de voordeur van de fraaie cottage-achtige Nieuwe Hoeve was in het bovenlicht een levensboom te zien, bedoeld als symbool voor ontwikkeling en levensgroei, maar ook als afweer tegen boze geesten, waarvan ze er vroeger net zoveel hadden als nu.
We trokken om de Pilberg heen, het hoogste punt van Huybergen dat maar liefst tweeëndertig meter boven de zeespiegel uitsteekt. Vroeger was die berg trouwens zestig meter hoog. Regen en wind maakten hem langzaam maar zeker, ook nú nog, een kopje kleiner. Op weg naar het naaldhout in de verte (richting Kalmthoutse heide) passeerden we nog de plaats waar vroeger een galg stond en waar ooit één persoon is opgehangen. De prior van Huybergen had destijds geen volmacht om zomaar op eigen houtje mensen op te hangen, vandaar dat het er zo weinig zijn!

Jaarringen

De aanwezigheid van Kees Hoeckx leverde een schat aan leuke heemkundige gegevens op, maar aangekomen bij een omgewaaide boom die over het pad lag, merkte hij toch dat we natuurliefhebbers waren. Om wandelaars doorgang te verlenen was de stam een eind onder de top doorgezaagd. Twintig jaarringen (foto) werden er geteld. ‘Dat kan niet’, zei iemand, ‘die boom is minstens zeventig jaar oud, kijk maar eens hoe dik hij onderaan is.’ Blijkbaar had hij binnen de natuurvereniging weinig in de pap te brokken, want er werd nauwelijks op zijn uitspraak gereageerd. Een mevrouw beweerde met grote stelligheid dat als je met een microscoop naar een doorsnede van de bovenste takjes zou kijken, je daar alle jaarringen die de boom heeft aan zou treffen. ‘Hoe kunnen er in het hout dat de boom in één jaar gevormd heeft nu twintig jaarringen zitten?’ wierp een ander tegen. Daar wist de mevrouw zo gauw geen antwoord op, alleen de eerste mijnheer kwam weer uit zijn schulp. ‘Die boom is minstens zeventig jaar oud,’ zei hij triomfantelijk, want hij merkte natuurlijk dat de anderen het ook niet eens werden. Hier lag dé kans om zijn gezag binnen het natuurliefhebbersgilde te versterken. Hij slaagde met vlag en wimpel. Een boom groeit jaarlijks ook in de lengte zodat je verder naar boven toe steeds minder jaarringen aantreft.

In de Staartse Duinen troffen we nogal wat grensstenen aan. Een territoriumgeschil in 1335 tussen de prior van Huybergen en de abt van Tongerlo werd opgelost met het trekken van een definitieve grens.
Aan een van de kleinste deelnemers van de wandeltocht werd gevraagd hoe mensen vroeger zonder technische hulpmiddelen tóch een rechte grenslijn konden trekken. Kees had dat beter aan ons kunnen vragen, wij wisten het namelijk ook niet. De oplossing was zoals verwacht vrij simpel. Palen in de grond met witte kappen en dan maar kijken of ze precies achter elkaar staan. Als een heuvel roet in het eten dreigde te gooien werd dat opgelost met het stoken van vuurtjes. Voor het achter elkaar zetten van de rookpluimen heeft men dan ongetwijfeld een windstille dag uitgekozen. Zeker zijn er slimmeriken geweest die een opstekend briesje hebben aangegrepen om wat land in te pikken!

Aardig om te vernemen dat vroeger zeshonderd van de negenhonderd inwoners van Huybergen de klooster­gebouwen als domicilie hadden en dat er in het dorpje maar liefst eenentwintig café’s stonden. Het lijkt me een slag in de lucht te veronderstellen dat het verdwijnen van de café’s iets te maken zou hebben gehad met het teruglopen van het aantal kloosterroepingen.
Op enige afstand zagen we de gebouwen waar broeders maar ook Karmeliettessenzusters, streng van elkaar gescheiden hun leven doorbrachten. Merkwaardig genoeg lagen op het bijbehorende kerkhofje de twee religieuze takken wél bij elkaar. Wellicht onder het motto: beter laat dan nooit!
Het sjieke gerestaureerde Wilhelmietenmuseum met veel schilderijen en een belangrijke ikonencollectie was gesloten. Gelukkig maar, menselijke uitingen van kunst en vakmanschap zijn wel leuk, soms zelfs indrukwekkend, maar wat is het vergeleken bij de levende natuur?

‘t Mosmanneke    april/mei 2008

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*