Mosmanneke

Rechts de mens, links de natuur


Bij Bergen op Zoom even over de schorren van het Markiezaat lopen is eerder gezegd dan gedaan. Het ruige gebied wordt namelijk doorsneden met kreken waarvan sommigen te diep zijn om over te steken. In dat geval moet je weer helemaal terug landinwaarts net zo lang tot je een doorwaadbare plaats vind. Maar ik wist waar ik aan begon!

markiezaat

 Eenzame boom in het Markiezaat

Lastiger waren de Zilvermeeuwen die voortdurend alarmeerden. Juist toen ik dacht van de Zilvermeeuwen verlost te zijn werd hun taak overgenomen door vier Scholeksters. Die zijn zo mogelijk nóg luidruchtiger! Berustend ploeterde ik voort. Dat de vogels elkaar waarschuwen voor de mens ligt tenslotte aan de mens zelf!
Boven in een vlier zaten een paar Roodborsttapuiten. Het mannetje maakte een kort hees geluid afgewisseld met pieptoontjes. Het schijnt bij hun normale zangrepertoire te horen hoewel het op mij overkwam als een soort alarmroep. Onder het uitstoten van fijne fluittoontjes zeilden een paar jonge Bruine Kiekendieven over het bloeiend Harig Wilgenroosje. Hetzelfde geluid maken ze ook als ze nog maar drie weken oud zijn. Toevallig hoorde ik dat in een natuurfilm op de televisie. Een ander jong scharrelde wat rond tussen de rommel op het strand. Het ontzielde lichaam van een krab lag aan de rand van een uitdrogende kreek. Het water van het sinds 1983 verzoetende Markiezaatsmeer had hem waarschijnlijk geen goed gedaan.
Een jonge Scholekster wandelde wat onwennig tussen zijn volwassen soortgenoten. Zijn poten waren nog grijs, de snavel aan de basis geelachtig en naar de punt zwart wordend. Maar liefst twaalf Blauwe Reigers stonden met hoge schouders te doezelen aan de rand van het meer. De grootste luierik was er zelfs bij gaan liggen! Scholeksters Groenpootruiters, Kluten en Tureluurs die bij mijn komst op de vlucht sloegen streken een eindje verder weer neer en gingen verder met hun fourageerwerkzaamheden. ( fourageren = voedselzoeken)

Achter me lagen de bloeiende schorren van het Markiezaat. De massieve constructie van de Kreekraksluizen torende uit boven de strakke lijn van de dijk. Vóór me rimpelde het Markiezaatsmeer (foto) met aan de horizon de contouren van Bergen op Zoom. Aan de ontsierende staketsels van de hoogspanningsmasten schonk ik maar geen aandacht!

Op de plek waar ik zat bloeiden tientallen witviltige plantjes van de Bleekgele Droogbloem. Ik koos de langste (54 cm) uit om beter te kunnen bekijken.

droogbloem

 Bleekgele droogbloem

De smalle blaadjes schijnen maar moeilijk los te kunnen komen van de stengel. Alleen de punten van het blad staan hier en daar wat van de stengel af. De blaadjes hebben maar één nerf en zijn onderaan de stengel vijf à zes cm lang. De grootste breedte van het blad (aan de top) is zeven mm terwijl ze middenin het smalst zijn. Het zijn eigenlijk niet de bloemen die de aandacht trekken maar de plant als geheel, namelijk de opvallende zilverachtige kleur. De stengel is slank met bovenin compacte bloemtrosjes met soms wel twintig bloemknoppen. Boven in de bloemknoppen zijn als twee millimeter grote puntjes de gele tot oranjeachtige bloemen zichtbaar. Bloemen van slechts een paar mm groot, geen wonder dat ze niet opvallen.

droogbloem2

 Bleekgele droogbloem

Eigenlijk zijn de planten het mooist als de bloemen en het vruchtpluis zijn verdwenen. Er rest dan nog de donkere bloembodem met daar omheen de flinterdunne vliezige kelkblaadjes (foto). De doorsnee van de plat uitgespreide bloemkelk is ongeveer acht mm. Bovenstaande is met het blote oog te zien maar echt mooi wordt het pas onder een loep.

Op de dijk tussen surfplas en Markiezaat bracht een zacht windje wat verkoeling. Het uitzicht was buitengewoon mooi. Links de woeste ruigheid van het schorrengebied, hier en daar uiteen gespleten door kreken, die in de verte overvloeiden in het blauwe Markiezaatsmeer. Rechts de kleurrijke zeilen van de surfers op de kleurloze surfplas.
Dat massarecreatie vervuilend werkt bewezen de tientallen blikjes langs de rand van de plas. Ooit was de mens onderdeel van de natuur mijmerde ik, maar blijkbaar is er iets (goed) fout gegaan. Het geblaat van een jonge surfer tegen de schapen op de dijk bracht de dieren nauwelijks uit hun concentratie. Hadden ze waarschijnlijk al honderden keren gehoord! Een plastic zak fladderde over een laag rottende uien tussen de schapen door en bleef tegen het gaas van de omheining hangen.
Ik kreeg sterk het gevoel dat ik op de grens liep van twee werelden. Rechts de mens, links de natuur. Voorzichtig daalde ik de steile dijkhelling af…..aan de linkerkant!

‘t Mosmanneke   februari/maart 2008

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*