Mosmanneke

Kraai met Kadetje

Op weg naar de Kalmthoutse Heide zag ik langs de Huybergsebaan hoog in een eik twee Zwarte Spechten paren. Een langdurige kwestie was het niet. Het mannetje naderde het vrouwtje onder het uitstoten van kauw-achtige geluiden waarna paring volgde, klaar, uit!

Eveneens op de Huybergsebaan stak een Zwarte Kraai de weg over met een compleet kadetje in zijn snavel. (zeker naar de bakkersmolen geweest in de Wildert!). Een Kauw liet bij zijn nestholte in een boom zien dat het steunen op de staart geen privelege is van Spechten of Boomkruipers. Misschien doen alle vogels dit wel wanneer de situatie daar om vraagt. Frappant was een Vlaamse Gaai die heel precies het geluid van een Buizerd nadeed. De échte Buizerd gaf in de verte antwoord! Verder bleek het ‘snavelklappen’ van de Gaai niet door de snavel te worden voortgebracht maar gewoon met de stembanden. De snavel bleef tijdens het maken van het geluid gewoon open staan!

stappersven

Stappersven

Langs de brandtoren bij Oasis en de Putse Moer reed ik richting Mont Noir. Een zijsprongetje naar de Kriekelareduinen werd een regelrechte fiasco. Kilometerslang moest ik de fiets voortduwen door een wirwar van zanderige bospaden, soms met diepe door legerwagens veroorzaakte sporen. Er leek geen eind aan te komen. Uitgeput viel ik in de Mont Noir tegen een dikke Zeeden, vastbesloten een uur lang geen klap meer uit te voeren. Maar als je dan plotseling het massale geluid hoort van Kepen dan wil je toch weten wat er aan de hand is. Op honderden meters afstand waren ze al te horen. Dwars door de hei tussen grote pollen Pijpenstrootje door, kwam ik bij een perceel berken. De Kepen deden zich tegoed aan de uitlopende knoppen. Een goed gesprek tijdens de maaltijd stellen ze blijkbaar op prijs! Gezien de oppervlakte waarover ze verspreid waren moeten het er meer dan honderd zijn geweest.

Niet ver van de Biezekuilen kwam een Eekhoorn me over het smalle bospad tegemoet gehuppeld. Op drie meter afstand bleef hij staan alsof hij even poolshoogte wilde nemen. Zelf was ik al eerder tot stilstand gekomen. De aarzeling van het diertje duurde maar kort. Zonder op of om te kijken vervolgde het zijn weg, liep rakelings langs me heen en verdween verderop in de berm. Min of meer perplex stond ik het beestje na te kijken om direct daarna overvallen te worden door een soort gevoel van warmte en dankbaarheid. De Eekhoorn zag in heel de situatie geen enkel gevaar. Zo zou het altijd moeten zijn dacht ik. Als dieren wisten dat ze van de mens geen gevaar hadden te duchten zouden ze hun schuwheid verliezen. Observeren leverde dan geen enkel probleem meer op. Spelenderwijs zouden alle dieren hun meest intieme leven blootgeven. Er zou een soort paradijsachtige toestand ontstaan. Een Vlaamse Gaai vluchtte weg achter de rode stam van een Grove Den. Zijn gekrijs klonk als een beschuldiging: ‘zover zijn jullie nog lang niet!’. Als om zijn woorden kracht bij te zetten vond ik op de Verbindingsweg een overreden Eekhoorn (foto). Al fietsende droeg ik hem aan de punt van zijn staart naar een plekje met meer licht waar ik hem uitgebreid kon fotograferen.

eekhoorn

De zandpaden van de Kriekelareduinen hadden toch een zware aanslag gepleegd op mijn conditie. Rekening houdende met het feit dat de vijfentwintig km naar huis ook nog in het verschiet lagen streek ik maar neer langs de boorden van het Stappersven (foto). Op een soort landtong, in de rug gesteund door een dikke boom, was het daar goed toeven. Een groepje Kuif- en Tafeleenden dreef al slapende voorbij. Echt slapen was het nauwelijks want ze lieten zich door de wind niet naar de kant blazen. Ze peddelden soms, zonder de kop tussen de veren uit te halen, weer verder het water op. Ook dreven ze, zelfs bij een vrij sterke wind, geruime tijd op dezelfde plaats. De pootjes moeten dan ongetwijfeld doorlopend zwembewegingen maken. De terugweg verliep vlot. Slechts eenmaal ben ik afgestapt omdat ik steeds weer een raar krassend geluid hoorde. In eerste instantie dacht ik aan Patrijzen maar nadat ik een moer op de trapper had vastgedraaid was het geluid verdwenen.

‘t Mosmanneke   november 2007

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*