Mosmanneke

Gelazer om een kadaver

In een vorige aflevering hebt u kunnen lezen dat industrieterrein Moerdijk eertijds een prachtig natuurgebied was. Met veel plezier denk ik nog terug aan al het mooie wat ik daar met de natuur heb beleefd.

Wandelend langs de insteekhaven waren enkele Futen zo vriendelijk een eindje met mij op te zwemmen. Opvallend was dat ze er in vooraanzicht streng uitzagen en in zijaanzicht vriendelijk. Bij gelegenheid moet u er maar eens op letten. Bergeenden staken hun koppen omhoog en begonnen elkaar door middel van hoge fluittoontjes te waarschuwen. Direct daarna stegen ze op.
Een mannelijke Brilduiker, scherp getekend in zwart-wit, zwom onder het uitstoten van knorrende geluidjes verder het water op. Het vrouwtje volgde. Aan de zijkant was ze voorzien van een horizontale witte streep die in het midden was onderbroken door twee verticale streepjes, maar dat zal bij zwemmende exemplaren niet altijd even goed te zien zijn. Het mannetje gooide zijn kop schuddend omhoog en riep: ‘tieee tieee’ en greep vervolgens het vrouwtje bij haar kuif. Onder fluitend geluid van de vleugels ging ze er vandoor. Mannen!

moerdijkman

Met de natuur op het industrieterrein Moerdijk gaat het nu snel bergafwaarts (foto). Lang niet iedereen vind dat erg. Ik hield het niet voor mogelijk maar ze bestaan echt, mensen die een industrieterrein mooier vinden dan een bos. ‘Het wordt mooi hier’ zei een man die met zijn handen in zijn zakken bij een enorme pomp stond. ‘Het is hier mooi gewéést,’ kon ik niet nalaten op te merken. Waarschijnlijk had hij een ander idee over schoonheid dan ik! Men was twee grote plassen aan het leegpompen. Deze moesten worden uitgediept om als insteekhaven dienst te kunnen doen. Enorme Snoeken en Brasems lagen op het droge naar adem te happen. Soms spatte de modder metershoog op als ze met een wanhopige slag van hun staart probeerden te ontsnappen. Op zulke momenten schaam ik me tot het menselijk ras te behoren. Dat gevoel werd nog versterkt toen ik langs een van de plassen veertig plastic hulzen vond, achtergelaten door een vele lichtjaren van de natuur verwijderde groep primitieven. Ondanks de onafwendbare teloorgang stond het gebied ook nu nog garant voor enkele leuke waarnemingen.

Bruin cypergras

 

Bruin Cypergras (foto) heb ik na moerdijk nooit meer ergens gevonden. Een Kievit dribbelde bij mijn komst bedrijvig over het pad en deed alsof hij niets mankeerde. Als ik te dichtbij kwam liep hij weg, pikte daarbij regelmatig op de grond alsof hij wilde zeggen ‘doe geen moeite, ik mankeer niks, ik ben hier gewoon eten aan het zoeken.’ Verder dan een meter vliegen kon hij niet!

Grappig was de situatie rond een dode Zilvermeeuw. Rond het kadaver zaten een Buizerd, een Kauw, een Zwarte Kraai en drie Eksters. De Buizerd keek werkeloos toe. De rest had op het eerste gezicht alleen oog voor het kadaver waar duchtig op ingepikt werd. De hongerige vogels moesten echter hun aandacht verdelen tussen de dode Zilvermeeuw en de Buizerd. Vooral de Eksters vonden het maar niks dat de grote roofvogel op hun vingers zat te kijken. Ze pikten snel even aan de meeuw om dan op een komische manier achteruit te springen. Telkens dachten ze dat de Buizerd in actie kwam. Even tevoren had ik nog met bloedend hart bij de stervende vissen gestaan, de Eksters lieten me weer lachen. De afloop van de perikelen rond het kadaver kwam ik niet te weten omdat de vogels in hun bezigheden werden gestoord. Bij de meeuw aangekomen bleken de ogen er al uitgepikt en de borst was al grotendeels van veertjes ontdaan.

Je zou je af kunnen vragen, wordt je daar niet mistroostig van? Hoewel sterven nooit leuk is om te zien laat staan te ondergaan is het een natuurlijk gegeven. De Brasems en de Snoeken stierven echter op een onnatuurlijke manier voor de nietsontziende geldhonger van de mens. Dan eet je zeker ook geen vlees zou de volgende vraag kunnen luiden? Veel vlees eet ik niet maar ik eet vlees. Tussen de dieren zitten ook genoeg vleeseters en aangezien we niet boven het dier staan! Ik ben er echter van overtuigd dat als de mens boven de natuur zou willen staan hij geen vlees zou moeten eten. Slechts enkele aan te wijzen diersoorten zouden in de vleesbehoefte moeten voorzien. Dat zou al een hele verbetering zijn. Langs die geleidelijke weg zou in de toekomst zelfs een niet vleesetende mens kunnen ontstaan. Een utopie!

‘t Mosmanneke    oktober 2007

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*