Mosmanneke

De IJsvogel is ook een Visdief

De omgeving van de Volkeraksluizen bij Willemstad met de Ventjagers- en Helle­gatsplaten staan regelmatig op het programma. Op bepaalde punten is het drukke verkeer een storende factor maar vogels en planten maken veel, zo niet alles, goed. De fietstocht naar deze gebieden gaat bovendien door een aantrekkelijk landschap.

ijsvogel2

IJsvogel

Een Visdief werd meteen na het vangen van een vis belaagd door een Kokmeeuw. Het ging er zó heet aan toe dat de Visdief zijn prooi tot vijf keer toe liet vallen. Vóór de Kokmeeuw er zich meester van kon maken en vóór de vis een meter gevallen was had de Visdief zijn buit weer te pakken. De achtervolging zette zich voort tot buiten het gezichtsveld van de kijker. Op elke wandeling of fietstocht zie je wel iets of maak je wel iets mee dat als hoogtepunt van de dag aangemerkt kan worden. Dé waarne­ming van deze dag was op de Ventjagersplaten op de plaats waar tegenwoordig de observa­tiehut staat. Met veel moeite, wadend onder de wilgenbomen door de meer dan manshoge onderbegroeiing, bereik­te ik het begin van de strekdam. De strekdam bestaat uit een smalle strook met allerlei planten begroeide keien die een flink eind het Haringvliet insteekt.

Een IJsvo­gel kwam juist terug van een duik in het ondiepe water en ging in de wilg zitten waar ik juist voorbij wandelde. Wandelen is een groot woord want op de gladde keien van de dam kun je pas na zorgvuldige afwe­ging je voeten neerzetten. Na het zien van de IJsvogel durfde ik trouwens geen vin meer te verroeren. Dat kon niet gezegd worden van de vissen in het Haringvliet. Door de wilg heen zag ik hun vinnen boven het ondiepe water uitkomen. Het leek wel of er een school haaien rondzwom! Ongetwij­feld waren dit niet de prooien waar de IJsvogel op loerde. En loeren deed hij! Met scheef gehouden kop keek hij speurend naar beneden en dook verschillende malen schuin het water in, meestal met succes.

Terug op de wilgentak werd de vis in de goede stand gebracht en meteen naar binnen gewerkt. Dit alles gebeurde op een afstand van nog geen vijf meter, zelfs te dichtbij om de kijker scherp te kunnen stellen! Uit dat laatste blijkt al dat ik toch enigszins in beweging was gekomen. Dat moest ook wel want staan­de op de kantige keien onder het gewicht van een vrij zware rugzak begon ik hier en daar wat pijntjes te voelen. Dus schuif­elde ik voorzichtig verder tot de IJsvogel en ik elkaar zonder enige belemmering van takjes en bladeren in de ogen keken. Waakzaam staarde hij me aan, zonder enige vrees durf ik zelfs te zeggen want juist toen ik het spelletje ‘elkaar aan­kijken zonder te lachen’ af­brak om verder te gaan, be­wees een plons dat het werk waar hij mee bezig was ge­woon doorging. Toen ik omkeek zat hij weer op de tak mijn doen en laten te volgen. Blijkbaar wenste hij zijn visstek onder geen enkele voorwaarde prijs te geven. Hij was nu binnen ‘schootsafstand’ van de kijker maar ook de grote ogen van het instrument boezemde hem geen enkel ontzag in. Hij bleef me gewoon nakijken tot we elkaar door de hoog opschie­tende Kattenstaarten, Wilgenroosjes, Engelwortels, enz. niet meer zagen. Wel hoorde ik nog twee keer een plons!

Iets verder op het water dreef een groep van veertig Aalscholvers. Het was er blijkbaar zó ondiep dat ze niet of nauwelijks hoefden te duiken voor hun voedsel. Steeds meer Aalscholvers kwamen aanvliegen en sloten zich bij de groep aan. Tenslotte dreef er een vloot van meer dan honderdvijftig grote zwarte vogels. Vooral door de telewerking van de kijker was dat een prachtig gezicht. Alleen de vijfendertig Lepelaars hadden nog geen honger en stonden dicht bijeen roerloos in het water. Voor een vogelaar is zelfs een groep stilstaande vogels een plaatje uit het paradijs. Uren heb ik daar gezeten in mijn door de natuur gevormde schuilhut. De terugweg ging noodgedwongen weer langs de visstek van de IJsvogel. Hij zat er niet meer en ik kon haast niet geloven dat hij er gezeten hád. Waarschijnlijk was het vreugdevolle besef van deze bijzondere waarneming nog niet in volle omvang tot me doorgedrongen.

‘t Mosmanneke augustus 2007

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*