Mosmanneke

Natuurbelevenissen op een industrieterrein


Jarenlang heb ik rondgezworven op industrieterrein Moerdijk (foto). Buiten de nadrukkelijk aanwezige Shell-fabriek was er van verdere industrie nog geen sprake. 500 ha woestenij waar de natuur 20 jaar lang haar gang mocht gaan. Wat ik daar met de natuur beleefde was niet mis. Nu kan dat helaas niet meer. Gelukkig kun je het onderstaande ook in andere natuurgebieden ondergaan.

moerdijk

Industriegebied Moerdijk 

Ten tijde van deze wandeling doorkruisten brede zandwegen voor zware machines het gebied. Misschien in verband met de vorst waren er geen werkzaamheden. Ondanks de voortschrijdende aftakeling had ik er de zoveelste fijne vogeldag. Door de bevroren grond vormde het fietsen geen enkel probleem terwijl de wandelschoenen die ik op de fiets meestal aan heb eveneens goed dienst deden.
Een van de leukste waarnemingen was het zien van vier Zaagbekken aan de monding van de westelijke insteekhaven. Niets van bijzonders zult u zeggen, maar het wordt toch anders als die zaagbekken Nonnetjes zijn. In onze contreien zie je die namelijk niet zoveel. Bij het zien van het eerste vrouwelijke exemplaar dacht ik eerst aan een Kuifduiker of Geoorde Fuut. De zon hielp me echter een handje. Bovenzijde van kop en nek gloeiden prachtig roodbruin op, fraai contrasterend met de witte wangetjes. Die roodbruine kleur ontbreekt bij Kuifduiker en Geoorde Fuut. Meer nog dan door de zon werd ik geholpen door een mannetjesnon die samen met nog twee vrouwtjes de hoek om kwam zwemmen. Bij het zien van de mannetjes is vergissen uitgesloten. Ze zijn overwegend wit met een opvallende zwarte oogvlek. Boven op de kop hebben ze twee zwarte strepen, verder een zwarte rug en nog een paar smallere zwarte strepen bij de schouders. De witte kleur is echter het meest in het oog lopend. Vanzelfsprekend stond ik als een standbeeld naast mijn fiets. Graag had ik ze zien vissen waarbij ze volgens sommige mensen eerst de kop onder water steken om te kijken waar de prooi zit! Dan pas duiken ze. In een poging de Nonnetjes nog beter in de kijker te krijgen zakte ik door mijn knieën om, zoals ik wel meer doe, het zadel van de fiets als statief te gebruiken. Die toch langzaam uitgevoerde beweging was voldoende om ze op de vlucht te jagen. Vederlicht stegen ze op en waren vrijwel meteen op volle snelheid. Ze verdwenen achter een paar schepen op de insteekhaven. Nonnetjes kunnen ook op het land goed uit de voeten. Om te rusten strijken ze soms zelfs neer in een boom.

nonnetje 
Nonnetje  

Nóg een buitenkansje was een Roodkeelduiker die zich uitgebreid liet bewonderen. Tot op tien meter liet hij zich benaderen alvorens hij wat verder uit de buurt te zwom. Misschien voelde hij zich niet helemaal lekker. Bij het zwemmen waren zijn ver naar achteren geplaatste poten goed te zien. In winterkleed zou je hem kunnen verwarren met een Parelduiker maar op deze korte afstand was dat uitgesloten. De tekening op zijn rug (een soort witte vlekjes en strepen), de snavel die nauwelijks merkbaar opgewipt leek en het ontbreken van een witte kleur in de buurt van zijn staart wezen onmiskenbaar in de richting van een Roodkeelduiker.
Een Waterhoen, wippend met zijn staart, kwam even uit de beschutting van het riet te voorschijn. Zou die voortdurend bewegende staart iets met ijdelheid te maken hebben? Vooral in achteraanzicht is het een staartje dat gezien mag worden. Een zwart midden­stuk, links en rechts geflankeerd door hagelwitte banden. Bij een zwemmende of lopende Waterhoen was het ritme van de knikkende kop en hals gelijk aan het ritme van de wippende staart. Als bijvoorbeeld de kop wat vlugger knikte door het snellere lopen wipte ook de staart wat vlugger. Het kan ook toeval geweest zijn want bij een voedsel zoekende Waterhoen wipte de staart onafhankelijk van de kop.
In het gedeelte waar de werkzaamheden op het industrieterrein plaatsvonden bezocht ik nog enkele schamele restjes natuur. De zeven Bonte Kraaien die aan de rand van een dichtgevroren plasje aan het spelen waren mocht ik eveneens in het vakje ‘bijzondere waarnemingen’ rangschikken. Het ziet er naar uit dat we in het winterseizoen deze grappige vogels steeds minder te zien krijgen. Het vermoeden bestaat dat de Bonte Kraaien een verandering hebben aangebracht in hun trekgewoonte waardoor ze meer noordelijk overwinteren.
Inmiddels was het al laat geworden. Hoog tijd een verandering aan te brengen in mijn eígen trekgewoonte.
 

 

‘t Mosmanneke   juni/juli 2007
 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*