Mosmanneke

Bij het Padvindersven

Hoogtepunt van deze wandeling door de Pannenhoef lag bij het Padvindersven. Een van de vrijwilligers deed daar als nauw betrokkene uitleg over het beheerswerk en liet ons een aantal bijzondere planten zien zoals Oeverkruid, Zonnedauw, Beenbreek en Klein Warkruid.

 

padvindersven

 

 

 Padvindersven

Oeverkruid zag ik zelfs voor het eerst in mijn leven. Geen wonder dat ik dit nietige plantje met meer dan gewone aandacht bekeek. Opvallend aan het onopvallende ding waren de lange witte helmdraden met er bovenop de zeer beweeglijke bruinachtige helmknoppen. Ga ik niet te moeilijk doen met helmdraden en helmknoppen? Helmdraad en helmknop vormen samen de meeldraad. En de meeldraden in een bloem weet u ongetwijfeld te vinden. Ook de stijl of laat ik voor de duidelijkheid maar stamper zeggen was zeer lang en niet zonder reden, álles in de natuur heeft zijn reden. Mocht het waterpeil in het Padvindersven stijgen dan blijft het bovenste deel van de meeldraad, de helmknop en het bovenste deel van de stamper, de stempel, het langst boven water zodat bestuiving tot op het laatste moment mogelijk blijft. Oeverkruid is eigenlijk een soort amfibie die zowel ín als buiten het water kan leven. Onder water komen ze natuurlijk niet tot bloei maar in dat geval verspreidt het plantje zich door middel van uitlopers. Mede zo bijzonder zijn de aangepaste bladeren voor onder water en op het droge. De bladeren onder water hebben geen huidmondjes. Op die manier voorkomt de plant dat er een kostbare voedingsstof (kooldioxide) ontsnapt. De kooldioxide wordt onder water door de wortels geproduceerd.

Door het langzaam uitdrogende Padvindersven kwam Oeverkruid inderdaad op de oever terecht. Het plantje is toen als de weerlicht bladeren gaan vormen die wél huidmondjes hadden. Met die huidmondjes konden ze weer zoals ‘normale’ bladeren kooldioxide uit de lucht opnemen en zuurstof uitademen. Dat waren dus de blaadjes die wij op dat moment zagen. Behalve door uitlopers onder water kreeg het plantje door de drooglegging nóg een mogelijkheid zich te verspreiden, namelijk door bloei en zaadvorming. Door al die aanpassingen kan Oeverkruid nog gedijen in zeer voedselarme omstandigheden. Sterker nog, het plantje heeft deze omstandigheden juist nodig. Mocht de voedselrijkdom in het ven toenemen dan zouden andere (bijvoorbeeld drijvende) planten zich vestigen. Het licht dat ze wegnemen zou funest zijn voor Oeverkruid. De roodachtige plantjes waar Oeverkruid tussen stond was Knolrus.

 

klein_warkruid

Klein Warkruid  

 

In de buurt van het Padvindersven bloeide op twee plaatsen Klein Warkruid , eigenlijk beter bekend onder de naam Duivelsnaaigaren. Die laatste naam doet veel meer recht aan het karakter van deze plant, een parasiet van het zuiverste water. Uit het armzalige kiemplantje dat in het voorjaar tussen de Struikhei opschiet was een complete chaos van roodachtige stengeltjes ontstaan die de Struikhei over een oppervlakte van een vierkante meter overwoekerden. Zelfs zó sterk dat er van de Struikhei praktisch niets meer te zien was. Het kiemplantje van warkruid is in dat stadium allang afgestorven. Als de boorworteltjes eenmaal in de Struikhei zitten zuigen ze daar zoveel voedsel uit dat ze een verdere verbintenis met de bodem niet meer nodig hebben. Je kan rustig stellen dat het voorkomen van Klein Warkruid bij het Padvindersven een (aardig) gevolg is van het plaggen. De opnieuw uitlopende jonge heideplantjes zijn een ideale voedingsbodem voor deze zeldzame plant. Er stond zelfs nog een tweede warkruidkolonie op enkele meters van de andere. Als er geen jonge heide in de buurt had gestaan dan was het ene warkruid misschien wel op het andere gaan parasiteren! Een riskante zaak, parasiteren op een parasiet!
Verspreid over een akker langs een wandelpad in de Pannenhoef waren stokken in de grond gezet. Aan die stokken bungelden dode Kraaien, hun poten bijeen gebonden met een touw. Nog steeds gebruiken veel boeren deze methode om hun gewas te beschermen tegen het vliegend gespuis uit de hemel. Of het helpt is zeer de vraag. Het effect van zo’n dodenakker op wandelaars met kinderen is blijkbaar van geen belang. Terwijl ik het trieste tafereel in ogenschouw nam dankte ik God op mijn blote knieën dat dieren niet bij machte zijn hun leefgebied op dezelfde manier te verdedigen. Stel je voor, overal palen in de grond met bungelende dooie mensen!

 

 

‘t Mosmanneke   mei 2007

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*