Mosmanneke

Steenuil sloeg bokken op de vlucht


Het was lang geleden dat ik in Wallsteyn was geweest, ten onrechte want het is een prachtig gebied dat bovendien ook nog aan de Oude Buisse Heide en De Moeren grenst. In de omgeving van het centrum zongen maar liefst vijf Nachtegalen.

wallsteyn-villa1

Wallsteyn, de witte villa

Nog even met de rentmeester staan praten die met twee loslopende Griffonhonden aan het wandelen was. We stonden in het smalste gedeelte van een eikenlaan die richting witte villa steeds breder werd. De man vertelde dat de bewoners de eiken zo hadden geplant om de laan vanuit het huis langer te laten lijken! Met andere woorden, ze hadden het perspectief een handje geholpen! Aardig bedacht!

Als vogelaar ben je extra attent op bosranden, zeker als er een weiland naast ligt. Op een van de weipaaltjes zat een Steenuil op zijn gemak rond te kijken. Zo nu en dan vloog hij snel het weiland in, pikte iets van de grond, schrokte dat naar binnen en vloog weer terug naar zijn uitkijkpost. Ook de over het weiland hangende takken van een Zomereik werden soms als uitkijkpost gebruikt. Zes keer zag ik hem het weiland invliegen en even zoveel malen werkte hij iets (vermoedelijk een insect) naar binnen. Een paar bokjes sloegen op de vlucht toen de Steenuil hoog opgericht door het gras liep. Achter op zijn kop was een soort witte V te zien. Ruim een uur later, toen ik die plek weer passeerde, zat de Steenuil nog steeds op zijn weipaaltje naar prooi te speuren.

Met enige moeite kreeg ik de Gekraagde Roodstaart te zien die hoog in een Grove Den zijn eenvoudig liedje zat te zingen. Mijn oom vond eens in een knoestige afrasteringspaal een nest met twaalf eitjes, zes eitjes van een Koolmees en zes van een Gekraagde Roodstaart! Laatsgenoemde vloog van het nest en was dus waarschijnlijk de eigenaar. Nieuwsgierig naar het resultaat is hij twee weken later nog eens gaan kijken waarbij het nest leeg werd aangetroffen.

Ook met de Fluiter in een bosgebied achter de Annahoeve was ik geruime tijd zoet vóór hij zich vertoonde. Maar daarna liet hij zich goed zien ook. Zijn vleugeltjes trilden mee op het ritme van de snelle ratel, (soms vergeleken met een naaimachientje!) Een keer of zes achter elkaar liet hij met lange uithalen het bekende ‘pjuu-pjuu-pjuu’ geluid horen. Ik had dat nog niet dikwijls meegemaakt. Eerst dacht ik aan een Matkop die eveneens dergelijke ‘pjuu’ uithalen op zijn repertoire heeft staan. Het keeltje van de Fluiter had een geelgroene kleur. Behalve zijn witachtige buik zag hij er trouwens helemáál wat groenig uit. Hij vloog wat heen en weer door het geboomte. Opvallend was zijn vleugelslag die voor zo’n klein vogeltje aan de trage kant was. Hij raakte zeker aan me gewend want hij ging vlak boven me in een boom zitten. Daardoor was te zien dat zijn staart aan het eind witte randjes had.

In een dichte heg klonk het onmiskenbare geluid van een Kleine Karekiet. Dat leek me zó onwaarschijnlijk dat ik een poging waagde de heg binnen te dringen. Dat bleek onbegonnen werk. Was ik het slachtoffer geworden van een perfecte imitatie? Méér waarschijnlijk was dat een Karekiet op trek alvast zijn zang uitprobeerde. Het schijnt dat Kleine Karekieten ook wel struikgewas boven de vaste grond als broedterrein voor lief nemen. Gezien de zeldzame keren dat we de zang in een dergelijke biotoop horen schijnt hij daar geen gewoonte van te maken. Gek, dacht ik, op die manier wordt zelfs het geluid van een Kleine Karekiet tot bijzondere waarneming verheven.

gagel1In de Laag Moer (omgeving Witte Brug) sloeg de zware geur van Wilde Gagel me tegemoet. Gagel is een tweehuizige plant. Dat wil zeggen dat mannelijke en vrouwelijke bloemen op aparte planten staan. Meestal zie je planten met mannelijke bloemen. Eenhuizigheid komt trouwens ook voor. Mannelijke en vrouwelijke bloemen dus op één plant. In dat geval zitten de mannelijke katjes meestal onderaan en de vrouwelijke bóven in de tak. Het meest frappante aan deze heester is dat ze het ene jaar vrouwelijke en het andere jaar mannelijke katjes kunnen dragen, een geslachtsverandering dus! De wetenschap kan dat nu ook bij mensen maar bij planten was het blijkbaar al veel eerder mogelijk!

‘t Mosmanneke april 2007

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*