Mosmanneke

Zomerbelevenissen in mijn tuin (deel 2)

TAMME VLIEGEN
Zittend in de tuin voelden we ons wat minder betrokken bij een lastige vlieg. Ook onze tolerantie kent zijn grenzen. Niettemin heb ik er een gewoonte van gemaakt om niet meteen verwoestend uit te halen. Zolang er niet gestoken wordt heb je even de tijd om te kijken. Het vliegje dat op mijn hand zat kriebelde niet eens.
Het was kleiner dan een Huisvlieg. Voor de rest heb ik geen moeite gedaan zijn identiteit te achterhalen. Heel langzaam bewoog ik de wijsvinger van mijn vrije hand naar het vliegje. Hij zag het gevaarte (de top van mijn wijsvinger) naderen en schoof met een rukje wat op. Ik bleef echter proberen en kon steeds wat dichterbij komen. Tenslotte kon ik hem heel zachtjes over zijn vleugeltje strijken! Mijn vrouw zag glimlachend de trots in mijn ogen. En inderdaad was ik trots. Hoeveel mensen op deze wereld kunnen zeggen dat ze een vlieg hebben gestreeld? Ongetwijfeld heel wat minder dan die een vlieg hebben doodgeslagen! Maar de vlieg en ik werden nog dikkere vrienden! Dat gebeurde nadat ik de top van mijn wijsvinger had bevochtigd met een melkdrankje. Het vliegje draaide zich naar het lekkers en begon meteen te snoepen! Tussendoor werd er ook nog even gepoetst, maar dat vormde geen beletsel om even daarna de snoeperij weer te hervatten. Dus geen flauwe kul van ‘ik heb net m’n tanden gepoetst’. Eten als het lekker is en daarmee uit. Later slaagde ik erin om (met zachte aandrang) een vlieg van het ene topje van mijn vinger naar het andere topje te laten kruipen. Het lukte ook met de punt van een balpen. Nog even en ik laat ze een achterwaartse salto maken!

Ik had het juist even over het achterhalen van de naam. Niet onbelangrijk want je wilt toch weten wie je voor je hebt. Om even deel te mogen uitmaken van een vliegenleven lijkt me echter een stuk belangrijker. Shakespeare zei niet voor niets “What’s in a name?” Een naam zegt helemaal niks. Het gaat om het karakter, de binnenkant. Met alleen een naam zul je nooit kunnen achterhalen wat er schuilgaat achter een bepaalde bloem of dier. Alle mensen die van hun huisdier houden zullen dat kunnen beamen. Zij hebben het karakter, zelfs de minder fraaie kanten, van hun huisdier door dagelijkse observatie kunnen doorgronden en leren waarderen. Zij zullen hun huisdier een plek gunnen om te leven en dat met hand en tand verdedigen. Deze tolerantie zou zich uit moeten strekken tot alle vormen van leven. Voor het behoud van de natuur is dat essentieel. Mensen die dieren doodmaken met geen ander doel dan ze van binnen en van buiten te onderzoeken zijn geen natuurliefhebbers. Ik vraag me zelfs af wat er zou gebeuren als zulke mensen hun gang konden gaan in een concentratiekamp! Een diepere betrokkenheid met andere vormen van leven hebben zij in ieder geval niet. Daarmee wil ik niet zeggen dat iedereen nu maar vliegen moet gaan strelen! Voor mij was het in ieder geval een zeer bijzondere natuurbelevenis.

Atalanta

VERLIEFDE ADMIRAAL
Het meest bijzondere wat we vanuit onze luie zetels meemaakte moest toen nog komen. Gedurende heel de zomer werd mijn vrouw ‘lastig gevallen’ door een Admiraal. Volgens mij eentje buiten dienst want hij had tijd genoeg. Hij kwam bijna nooit op het heetst van de dag, maar altijd ‘s avonds. Als ik een tafeltje buiten zette en ik liep terug om de stoelen op te halen dan zat hij bij m’n terugkomst al op het tafeltje te wachten. Droeg ik eerst de stoelen naar buiten dan kon hij bijna niet wachten om te gaan zitten. Als Ria was geïnstalleerd kwam hij in actie. Hij schroomde zelfs niet een kijkje te nemen op haar borst, haar hoofd en zelfs op haar vingers als ze iets las. Maar het meest was hij toch geïnteresseerd in haar grote teen waarbij het niet uitmaakte of het de linker of de rechterteen was. Ik weet dat er figuren zijn die kicken op vrouwentenen, maar dat er een admiraal bij zou zijn had ik niet gedacht! Ook van een stoel met hoge leuning was hij, waarschijnlijk vanwege het uitzicht, niet weg te slaan.

Terwijl de admiraal op de stoel zat dacht ik onwillekeurig aan de vlieg die ik even tevoren had gestreeld. Ik paste dezelfde methode toe, langzaam met de wijsvinger er naar toe. De admiraal was daar allerminst van gediend. Gepikeerd ging hij ergens anders zitten. Wéér op de grote teen van Ria! Een tweede admiraal maakte zijn opwachting. De eerste admiraal was echter niet bereid de grote tenen van mijn vrouw met een ander te delen. In een felle achtervolging werd de tweede admiraal verdreven. Nadat hij het luchtruim rond zijn territorium had geschoond ging hij voor alle zekerheid toch maar weer op de hoge stoel zitten. Toevallig zo, dat hij mijn naderende vinger minder goed kon zien. Eindelijk was het zover. Heel zachtjes kon ik de admiraal over het randje van zijn vleugel aaien. Hoeveel mensen kunnen zeggen dat ze een admiraal hebben gestreeld? Goed beschouwd zat ik daar in mijn luie stoel voortdurend records te vestigen. Tenslotte kon hij mijn vrijpostigheid niet langer waarderen. Hij koos voor de zoveelste maal voor de grote teen van Ria. Maar u kent ongetwijfeld het gezegde: een mooie teen heb je nooit alleen. Een derde admiraal maakte zijn opwachting. Een die klaarblijkelijk juist terug was van een zware zeeslag. De vleugel aan bakboordzijde was zwaar beschadigd. Overigens toonde de andere admiraal geen spoor van medelijden. Zijn grote teen mocht in geen geval in vreemde handen terecht komen. Als door een raket afgeschoten steeg hij op. In een duizelingwekkende vlucht ging hij de nieuwkomer achterna. Soms dansten ze vlak voor elkaar op en neer waarbij de vleugels bijna Kolibrieachtig in werking waren. Dan weer schoten ze omhoog of in duikvlucht naar beneden. De snelheid die daarbij werd ontwikkeld had ik van Admiraaltjes niet verwacht. Zeker niet van een die zo zwaar beschadigd was.

Er waren dus drie Admiraals actief. Slechts een paar keer zag ik ze met drieën door het luchtruim wervelen. Een keer zat de beschadigde Admiraal samen met nog een andere op dezelfde stoel 25 cm van elkaar. Daardoor kreeg ik de indruk dat het toch meer bedoeld was als een spelletje. Een soort aftasten van wie de sterkste was in het territorium. Volgens het Vlaams instituut voor natuur- en bosonderzoek zijn de territoria van Atalanta’s maximaal 25 meter lang en 13 meter breed. Dat klopt vrij aardig met de ruimte waarin onze admiraal zich bewoog. De territoria schijnen ook vaak van eigenaar te wisselen. Ook dat leek te kloppen want de beschadigde admiraal was een paar dagen alleen heerser. Een van de Admiraals ging ook achter een Koolwitje aan, blijkbaar een vergissing want hij keerde onmiddellijk weer terug naar zijn uitkijkpost. Ook voor een onbekend klein vlindertje steeg hij even op, maar een achtervolging had hij er niet voor over. Dat deed hij dus alleen bij de andere Admiraals. Het viel ook op dat er op het warmst van de dag (boven de 30 graden) alleen witjes in de tuin rondvlogen. De Admiraals spaarden blijkbaar hun krachten voor ‘s avonds. Grappig was dat tijdens een bezoek, toen alle stoelen bezet waren, de Admiraal vlak boven ons op een blad ging zitten.

Na een week van flinke stortbuien ging het spelletje op de eerste de beste zonnige dag weer verder. Alleen de beschadigde Admiraal heb ik niet meer gezien. Ik denk dat zijn lek geslagen schip de overvloed aan water niet langer meer heeft kunnen verwerken.

 

‘t Mosmanneke   augustus/september 2009

Een gedachte over “Zomerbelevenissen in mijn tuin (deel 2)

  1. Ik lees nog regelmatig, met plezier, de verhalen.
    Zelf hebben we een wesp aan de tuintafel gehad, die tijdens het eten elke keer een stukje kip kwam “knippen”, er mee wegvloog, en weer terugkwam voor het volgende stukje. Een leuk schouwspel. Waar het naar toe ging? Libellen zijn ook tam te krijgen heb ik gemerkt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*