Mosmanneke

Koeien om bang van te worden

Tussen Willemstad en Ooltgensplaat in de buurt van de Volkeraksluizen liggen de Ventjagers- en Hellegatsplaten. Water en land vormen daar een natuurgebied van ca 1000 hectare. Er staan maar liefst 3 observatiehutten waarin je comfortabel naar de vogels kunt kijken.

Door de drukke N58 die de twee gebieden van elkaar scheidt moet je op bepaalde punten nogal wat verkeerslawaai voor lief nemen. In de hutten heb je er trouwens geen last van. De eerste observatiehut die ik bezocht was “De Visarend” op de Ventjagersplaten. In de hut toonde het geblakerde hout onder een van de kijkgaten aan dat er door een of andere onverlaat een vuurtje was gestookt. Goed dat ik de telescoop had meegenomen want in een dorre boom op de strekdam zat een Visarend. Na een afwezigheid van ongeveer 10 minuten kwam hij weer terug met een flinke vis in zijn klauwen. Door de telescoop was goed te zien hoe hij hapklare brokken uit de vis scheurde. Nou ja, hapklaar, af en toe moest hij drie keer slikken!

Knikkend tandzaad op de Ventjagersplaten

De meer dan een kilometer lange strekdam voor de hut bestond uit grote keien. Door de weelderige begroeiing was er van de keien niets meer te zien. Het was gewoon een eldorado van Kattenstaarten, Engelwortel, Harig Wilgenroosje, enz. Maar er stond ook Knikkend Tandzaad (foto) tussen. Daar kun je gerust blij mee zijn want zo algemeen is die plant niet. De lintbloemen zijn bij deze soort vaker aanwezig dan bij de andere Tandzaad soorten. Daarvan zie je meestal alleen de buisbloemen in het centrum van de bloem. Maar ook bij Knikkend Tandzaad schijnen ze tamelijk zeldzaam te zijn. Deze hadden in ieder geval allemaal een stuk of acht lintbloemen waardoor ze er zeer aantrekkelijk uitzagen. Een soort mini zonnebloemen van een centimeter of 4 in doorsnee.

Knikkend tandzaad -detail

De bovenste dwarsligger van een hoogspanningsmast in de buurt van de Hellegatsplaten zat tjokvol Spreeuwen. Zelfs de draden in de buurt zaten afgeladen vol. Af en toe vlogen er groepjes naar de Hellegatsplaten of keerden terug. Degenen die terugkeerden hadden ongetwijfeld zitten schransen van de rijpe vlierbessen. In de mast brachten ze hun verenpak weer in orde. Dat ging gepaard met enorm gebrabbel en gekwetter. Om wat voor oorzaak dan ook zweeg heel de groep voor een kort moment waardoor het ineens angstwekkend stil werd. Typisch dat de onderste dwarsligger van de mast, vlak onder de bovenste, als zitplaats niet in trek was.

De Hellegatsplaten liggen al sinds 1987 droog. De hoge zandige delen zijn het eerst ontzilt. Daar is gemengd loofbos en struweel ontstaan. In de lagere delen is nog zout aanwezig. Daar groeien nog zoutminnende planten. Oevervegetatie is te zien op plaatsen die weinig begraasd worden. Door deze grote verschillen in samenstelling en gebruik van de bodem is de plantenwereld op de Hellegatsplaten zeer gevarieerd.

Knikkend tandzaad

Om een voorbeeld te geven: op een pad langs de afrastering bloeide Herfstbitterling, Bleekgele Droogbloem, Heelblaadjes en Rode Ogentroost. De Duindoornstruiken stonden afgeladen vol met bessen. De kleur van de bessen, fel oranje, deed bijna pijn aan je ogen. Ik hoopte maar dat ik geen Heckrund tegen zou komen. Ik had ze in de verte langs de waterkant zien liggen. Met kalfjes erbij zijn ze levensgevaarlijk. Heckrunderen benaderen nogal dicht het in 1627 uitgestorven oerrund. Ze zijn teruggefokt uit verschillende rassen waaronder de Spaanse vechtrunderen! We hebben wel eens meegemaakt dat er een met zijn voorpoot over de grond stond te schrapen en met zijn kop omlaag onze richting uitkeek. Het bos langs de afrastering laat niet toe ver vooruit te kijken dus uiterst stil en behoedzaam vervolgde ik mijn weg. Bij onraad hoopte ik in recordtijd over de afrastering te kunnen klimmen!

In observatiehut “De Kluut” stonk het verschrikkelijk. Het water voor de hut had zich ver teruggetrokken. Waterplanten lagen op het droge weg te rotten. Niettemin nam ik de stank maar even voor lief want er waren maar liefst vier Grote Zilverreigers te zien. Met trage bedachtzame passen stapten ze door het ondiepe water. Af en toe schoot de dolkachtige snavel als een bliksemflits naar beneden. Met die ene van de Ventjagersplaten erbij kwam ik vandaag aan 5 Grote Zilverreigers en dat had ik in onze contreien nog nooit meegemaakt.

‘t Mosmanneke december 2009/januari 2010

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*