Mosmanneke

Spaanse Nederlander met melk

Waar het met de Molenplaat bij Bergen op Zoom, mede door de oprukkende bebouwing van de Bergse Plaat naar toe gaat, werd benadrukt door een man met een minibusje die vijf honden kwam uitlaten! Verder had men de smalle strook tussen Binnenschelde en Markiezaatsmeer geëgaliseerd, maar goed ook want er dreigde daar een natuurgebied te ontstaan! Tegenwoordig doet deze strook dienst als paaiplaats voor Snoek.

 

Kreekrak sluizen

Deze wandeling is meer dan 20 jaar geleden gemaakt, maar stel u gerust, alles wat ter sprake komt is nog steeds van toepassing! Op het Schelde-Rijnkanaal langs de Markiezaatsdam zaten zoals altijd veel Kuifeenden, Wilde Eenden en Meerkoeten. Het even tegen de dijk opklimmen om over het Markiezaatsmeer te kunnen kijken wierp ook nu weer zijn vruchten af. Een Roodkeelduiker had langs de rand van het meer een school visjes ontdekt en dook driftig om zich heen in het ondiepe water. Soms zag je aan de rimpelingen in het wateroppervlak dat de visjes op de vlucht sloegen. Een Kokmeeuw zwom in de buurt in de hoop een graantje mee te kunnen pikken. De Roodkeelduiker had totaal geen oog voor de meeuw, kwam soms ónder hem naar boven waardoor de meeuw opzij moest springen! De gespikkelde rug en opgewipte snavel van de Roodkeelduiker waren duidelijk zichtbaar.

De tweede bijzondere waarneming kwam op het conto van een Zwarte Kraai die een zeer merkwaardig gedrag vertoonde. Aan één poot hing hij roerloos, en ondersteboven in een wilg met zijn vleugels een beetje open. Deze gewoonte was door iemand van onze vogelwerkgroep al eens eerder geconstateerd. Bij mijn nadering liet hij het dunne takje los en vloog weg. Gezien het karakter van de Zwarte Kraai lijkt het me gewoon een soort spelletje.

Bonte wikke

In de lange en smalle strook bos langs het kanaal begon het vrij kleine blad van de Spaanse Aak (Ácer campéstre) al geel te verkleuren. Er stonden trouwens groene en gele bladeren aan dezelfde tak. Sommige boompjes en struiken van deze oude esdoornsoort waren praktisch al helemaal verkleurd terwijl anderen er nog groen bijstonden. De Spaanse Aak heeft mooi gevormde bladeren. Een andere naam voor deze boom is ‘Veldesdoorn’. Het boek ‘Bomen kennen en herkennen’ vermeld dat als de Spaanse Aak is af gezaagd, bijvoorbeeld om een heg te vormen, de opnieuw uitschietende takken kurkachtige vleugels vormen op de bast. ‘Wit melksap’ staat er als korte mededeling bij. Maar waar zit dat melksap? In de schors, bladeren, takken of knoppen?

Het boek ‘Bomengids in kleur’ zegt dat de oudere twijgen soms kurklijsten vormen en dat er wit melksap uit de bladstelen komt. Ha, uit de bladstelen dus! Maar wat dacht u dat ik zag toen ik een bladsteel doormidden brak? Precies, géén wit melksap! ‘Bomen en struiken zien en leren kennen’ zegt dat vooral de struikvormen van deze boom kurklijsten vormen. Dit boek wist ook te melden dat er in de herfst géén melksap uit de bladstelen komt. Dat klinkt aannemelijk want het was eind oktober. In een ander boek (‘Bomen in de winter’) las ik dat je in de knoppen en twijgen eveneens wit melksap kunt aantreffen. Pas na het raadplegen van diverse boeken kom je dus bij stukjes en beetjes achter de volledige waarheid. Maar gerustgesteld zal ik pas zijn als ik volgend voorjaar dat witte melksap met mijn eigen ogen heb gezien! Ik kan u alvast verklappen dat er in het voorjaar inderdaad wit melksap uit de bladsteeltjes komt.

De Spaanse Aak wordt beschouwd als de enige esdoornsoort die bij ons van nature thuishoort (dat zal dan wel aan de melk liggen!) De andere esdoornsoorten zijn dus allemaal door toedoen van de mens hier terecht gekomen. Overigens is de grens ‘inheems-uitheems’ moeilijk te trekken. Door een langzaam optredende klimaat-verandering zouden aanvankelijk uitheemse bomen wel eens inheems kunnen worden. Over het algemeen til ik niet zo zwaar aan die dingen. Een boom die zich hier in het wild kan handhaven voelt zich blijkbaar thuis. Dat je ook weer niet al te lichtzinnig allerlei buitenlanders in huis moet halen bewijst de Amerikaanse Vogelkers (Prúnus serótina) die na zijn invoering in 1629 vrij snel tot een plaag is uitgegroeid en zich de weinig vleiende bijnaam ‘Bospest’ heeft verworven. Voor je planten, dieren (en mensen!) gaat huisvesten is het dus verstandig eerst eens na te gaan of hun gewoontes en leefwijzen de oorspronkelijke bewoners niet in moeilijkheden brengt!

‘t Mosmanneke  februari/maart 2010

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*