Mosmanneke

De Cevennen

De landelijke KNNV organiseert elk jaar reizen en kampen naar allerlei fraaie natuurgebieden in Europa. Na vele jaren van afwezigheid had ik me weer eens opgegeven voor een kamp in de Cevennen, een soort aardse hemel op natuurgebied. Camping La Cascade lag in Salvinsac langs de rivier de Jonte, niet ver van het gezellige stadje Meyrueis. De beroemde Causses en canyons (Gorges) onder handbereik.

Kaart centreren
De weg vragen

De Causses zijn bergachtige plateau’s die op een hoogte liggen van om en nabij de 1000 meter. Op het eerste gezicht een desolaat landschap, dor en onvruchtbaar. Het is trouwens maar wat je onder dor en onvruchtbaar verstaat! Ik koos voor een excursie (er waren drie excursies per dag) die vertrok vanaf de camping.

Alvorens de beklimming naar de Causse Mejéan aan te vangen gingen we eerst naar de Gewone Morielje (Morchella esculenta) kijken (zie foto).

Morielje

Een deelnemer had die gevonden langs de rivier de Jonte die vlak langs het kampterrein stroomde. Het was half mei waaruit al blijkt dat de morielje een echte voorjaarspaddestoel is.

Al bij de eerste stappen op de Causse Mejéan gaf deze al een van zijn geheimen prijs. Een veldje met Wildemanskruid met er tussendoor een prachtige kartelbladsoort (Pedicularis comosa), door de Engelsen toepasselijk ‘Olifantskop’ genoemd. De geelwitte bloemen hebben inderdaad wel iets weg van een olifantskop waarbij de stijl als een slurfje uit de bloem hangt.

Kartelblad

Kartelblad is een zogenaamde halfparasiet. Hij zorgt dus gedeeltelijk voor zichzelf en haalt de rest van zijn voedsel uit grassen.

In een woord schitterend waren de grote gele bloemen van de Voorjaarsadonis (Adonis vernalis). Vele tientallen pollen stonden er te bloeien. Ergens in het veld klonk het rinkelende sleutelbosgeluid van de Grauwe Gors. Een Raaf met zijn rauwe stemgeluid vloog voorbij. De Bergfluiter met zijn kort aangehouden zangriedeltje werd wel gehoord, maar niet gezien.

Op de Jeneverbes zat een prachtige Timmerbok (Acanthocinus aedilis) te herstellen van een koud nachtje. Daardoor liet hij zich gewillig fotograferen.

Timmerbok

Achter zijn kop waren vier geelachtige puntjes zichtbaar. Zijn antennes, verdeeld in grijze en zwarte stukjes, waren enorm lang en liepen vanaf zijn kop met een weidse boog naar achteren (zie foto).

Een fraaie Spinorchis werd langs alle kanten gefotografeerd. Hier kon je toch wel merken dat bij veel deelnemers aan het kamp de jaartjes begonnen te tellen. Bij het zien van deze bijzondere orchidee ging een mevrouw in haar enthousiasme meteen naar de grond. Na het maken van de foto moest ze de hulp inroepen van een andere mevrouw om weer overeind te komen! De bijzondere orchis was de Ophrys aveyronensis. (zie foto)

Aveyronorchis

Je zou hem Aveyronorchis kunnen noemen. Het was bovendien een endemische soort hetgeen wil zeggen dat hij alleen maar voorkomt in de Cevennen!

We verlieten de weg die op bijna 1100 meter hoogte over de Causse Mejéan liep. Over een smal pad langs een steile rotswand daalden we af naar de camping die op een hoogte lag van 750 meter. De Alpenkraai met zijn oranje gebogen snavel en oranje poten scheerde langs de rotswand en verdween ergens in een holte. De Rode Rotslijster zat net iets te hoog om wat meer in detail te kunnen zien. Wat tijdens het kamp ook in volle bloei stond waren merkwaardig grijs uitziende struiken met een zee van witte bloemen. De takken leken grijswit bepoederd, maar je kon het er niet afvegen. Ze hadden dus gewoon die kleur van zichzelf! De eigenaresse van de camping bleek aardig op de hoogte van de wilde planten in haar omgeving en schudde de naam zo uit haar mouw. Amelanchier spicata, een soort krentenboompje. Ik kroop ’s avonds pas in de slaapzak nadat ik er een extra deken en nog wat jassen op had gegooid. Voorgaande nacht had het 2 graden gevroren en dat is niet echt aangenaam om zo gewekt te worden!

‘t Mosmanneke, mei/juni 2010

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*