Mosmanneke

De Cévennen (2) – Smaragdhagedissen en Transektariërs

juli 2010

Tijdens het kampement van de landelijke KNNV in de Cévennen werd er niet alleen overdag gevogeld. Heel de nacht door zat er wel ergens een Nachtegaal te zingen. Zelfs ’s morgens vroeg op weg naar de “sanitoires” werd er nog gevogeld. Wat wil je als er ineens 4 Vale Gieren over de bergkam komen zeilen. Ze kwamen, vlijmscherp afgetekend tegen de blauwe lucht, majestueus cirkelend, recht over het kamp.

Met 11 deelnemers maakten we op een hoogte van ca 1150 meter een wandeling van 10 km door het grillige dolomietlandschap van Nimes le Vieux, ook wel Chaos de Nimes genoemd. Het kronkelende pad door de grillige rotsformaties onthulde na elke bocht wel een nieuwe verrassing. De vroegere bebouwing die hier en daar nog te zien was vloekte totaal niet met de omgeving (zie foto).

schuurtje

De muren en daken van deze stokoude huizen en schuurtjes waren al even grillig als het landschap er omheen. Dit was het domein van de Smaragdhagedissen. Meer dan 30 cm lang en adembenemend mooi. Bij onze nadering schoten ze bliksemsnel weg. We hadden echter al geleerd dat het nooit lang duurde voor ze weer tevoorschijn kwamen. Gewapend met deze wetenschap kostte het niet eens veel moeite om ze op de foto te zetten (zie foto).

smaragdhagedis

Eigenlijk moest je overal tegelijk op letten. Terwijl je met een hagedis of bloemetje bezig bent kan het zomaar gebeuren dat er een Slangenarend boven je hoofd staat te bidden. Dat is dan weer het voordeel van een grotere groep. Bij de 22 ogen zijn er altijd wel een paar die dat opmerken.

De andere dag begon de wandeling vanuit Meyrueis, een gezellig stadje langs de rivier de Jonte. Voor KNNV’ers maakt het eigenlijk niet zoveel uit waar ze lopen, ze komen altijd wel iets bijzonders tegen, zeker in de Cévennen. Over een breed bospad daalden we af naar kasteel Roquedols. De bermbegroeiing was hier niet zo uitbundig. Ik was de groep een heel eind vooruit. Met mijn stok zette ik een pijl op de weg die naar de berm wees. Daar stond namelijk de prachtige Kruipende Leeuwenbek (Asarina procumbens). De Duitsers noemen hem Nierbladige Leeuwenbek. Voor zo’n lage plant zijn de bloemen opvallend groot. (zie foto).

Kruipende leeuwenbek

Later bleek dat de groep de plant wel had gezien, maar mijn pijl op de weg niet! Ik had niet anders verwacht van KNNV’ers! In afwachting van de groep wandelde ik rond Roquedols. Het verval van het imposante kasteel was onmiskenbaar. Overigens tot meerdere eer en glorie van de muurhagedissen en zelfs van de Grote Gele Kwikstaart. De vogels trippelden hoog over de rand van het dak met voer in hun snavel. Af en toe vloog er een onder de dakrand. De Mammoetboom in de buurt van het kasteel had aan de voet een stamomvang van 7.50 meter. Dat vond ik al heel wat, maar het exemplaar in de tuin van het kasteel haalde ruim 11.50 meter! Onder zo’n boom ervaar je je eigen nietigheid.

Op deze wandeling ten oosten van Meyrueis hadden de botanisten een ‘transekt’ uitgezet. Een strook langs het pad met een lengte van ± 30 meter. Alle planten in die strook werden genoteerd. Ook in andere landschapstypen werden dergelijke transekten uitgezet. De bedoeling was iets te begrijpen van de relatie tussen flora en fauna, de bodem en het landschap. Deze “transektariërs” zoals Andri Binsbergen ze noemden deden dus erg nuttig, maar moeilijk werk. Terwijl zij volop aan het determineren waren had ik ruimschoots de tijd een stukje van het riviertje La Brèze te verkennen. Waterspreeuwen en IJsvogels lieten zich echter niet zien. Langs de oever stond wel de Zevenbladige Tandveldkers (Cardamine heptaphylla). De leider van de transektariërs was daar enthousiast over, maar helaas stond de plant niet in zijn transekt.

Goed dat we wat gerust hadden, want er volgde een steile klim over een smal rotsachtig paadje naar een oude koper- lood- en zinkmijn.

mijnwerkers

Een enorme berg stenen getuigde nog van de noeste arbeid van weleer. Niet erg mooi voor het landschap, maar de stenenman Piet Muilwijk dacht daar bepaald anders over. Die kwam in een soort eldorado terecht! Heel de tocht sjouwde hij al een grote ijzeren grondboor met zich mee. Hij bleek echter ook te beschikken over een stevige hamer. Enthousiast begon hij op de puinberg stenen doormidden te slaan. De groep zocht zich intussen hijgend en puffend een weg naar boven (zie foto). Gelukkig eindigde de klim op een breed, schaduwrijk bospad, dat langzaam dalend terug naar Meyrueis voerde. Maar eerst werd een rustpauze van goed 20 minuten ingelast. Dat was ook de tijd die Piet Muilwijk had gekregen om even in zijn stenen tijdperkje te vertoeven. Later zou hij in de grote convo (tent) nog een kei van een lezing houden!

‘t Mosmanneke juli/augustus 2010

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*