Mosmanneke

De Cévennen (5) – Langs de Tarn

Kaart centreren
De weg vragen

De afdaling met de auto vanaf Causse Méjean naar het plaatsje La Malène langs de Tarn was spectaculair. Veel gelegenheid om van het uitzicht te genieten was er niet want de 10 haarspeldbochten eisen al je aandacht op. We parkeerden de auto in het plaatsje en liepen links van de Tarn in westelijke richting. Het pad was breed, goed begaanbaar en er was weer van alles te zien. Ik besteedde weinig aandacht aan een bepaalde plant omdat ik dacht dat het een Smeerwortel was. Die heb ik zelf genoeg in de tuin.

Een meer deskundig iemand wist echter te vertellen dat het om de Ruwe Gouddruppel ging (Onosma fastigiata). Weliswaar behorend tot de ruwbladigen, maar zeker geen Smeerwortel. Weer wat geleerd!

Ik moest onwillekeurig glimlachen toen ik zag hoe enkele wandelaars naar ons keken. Waarschijnlijk dachten ze aan ontsnapte patiënten of zo! Er stonden mensen voorover gebogen met hun neus in de berm. Wat verderop fotografeerde iemand het Bleek Bosvogeltje. Anderen keken naar de echte vogels:15 Vale Gieren in de lucht! Iemand keerde takken en rotsen om, op zoek naar slakken. Op een andere plek huppelde iemand met een vangnet achter een vlinder aan. Het oogde wat potsierlijk omdat hij enkele malen miste. De passanten zullen ongetwijfeld het hunne er van gedacht hebben.

La Malène langs de Tarn

Terwijl we langs de Tarn zaten te eten ontdekte Andri Binsbergen een Kwak die roerloos onder de bosjes aan de overkant van het water stond. De vogel trok zich niets aan van een groepje luidruchtige jongeren die in kano’s op enkele meters afstand voorbij dreven. Ik liep naar de plaats waar ik de vogel het dichtst kon benaderen. De kortste rechte lijn naar de andere oever waar de vogel stond. Dat bleek dicht genoeg om met de kijker zijn rode ogen te kunnen zien en de drie lange witte kopveren. Ongeveer in de buurt van Le Rozier waar de Tarn en de Jonte elkaar ontmoeten was een indrukwekkend landschap te zien met bossen en steile rotswanden waar de rivieren zich doorheen slingerden.

Tegen een van die enorme rotswanden zat een Vale Gier op een soort balkonnetje als een vorst uit te kijken over zijn gebied. Hij kon ook naar achteren lopen en dan zag je hem niet meer. Waarschijnlijk een nestplaats.

Het witte vierkantje op de foto is de plek waar de Vale Gier zat

Het pad liep langs de rotswand op een hoogte van ongeveer 800 meter. Het leuke daarvan was dat je de zwevende Vale Gieren soms op de rug kon kijken. Voor een vogelaar is dat bijzonder, want die zien vliegende vogels meestal alleen aan de onderkant.

ARCS DE ST.PIERRE

Prachtig was ook de wandeling naar Arcs de St.Pierre. Een bebost gebied met zeer grillig gevormde rotsformaties.

Bij de plaats waar het gebied zijn naam aan heeft te danken waren in de rotsen een drietal grote “poorten” te zien. Daar in de buurt ook holwoningen waar de mensen vroeger verbleven en beschutting zochten tijdens hun keiharde bestaan. De mensen van toen hadden eens moeten weten dat er nu moderne Neanderthalers rondliepen met goed gevulde rugzakken en thermosflessen met warme drankjes die middels mobieltjes met elkaar en de buitenwereld konden praten!

Bijzonder leuk was een groep van 30 Alpenkraaien die wat met elkaar speelden. Tijdens zulke spelmomenten kun je pas zien dat het geweldig goede vliegers zijn. Op een gegeven moment vlogen ze allemaal in dezelfde richting. Tegen de donkere achtergrond van het bos zag je al die lange rode snavels dezelfde kant op wijzen. Een simpele waarneming, maar voor mij toch het hoogtepunt op vogelgebied van deze dag. Dat waren wat impressies van het KNNV kamp in de Cévennen. Volgende keer blijft het Mosmanneke weer wat dichter bij huis. Al die vreemde flora en fauna en bijzondere landschappen zijn natuurlijk prachtig, maar dat betekent allerminst dat er in onze eigen omgeving op natuurgebied niets te beleven zou zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*