Mosmanneke

Goudknopje op de Dintelse Gorzen

Al vóór we, komende vanaf het Benedensas, het bruggetje over de Botkreek opliepen kwam de camera uit de rugzak. Een paar Schotse Hooglanders liepen het water in en bleven daar een tijdje staan. Met de struiken op de achtergrond en het diffuse ochtendlicht leverde dat een bijna Afrikaans tafereeltje op. Eigenlijk werd het landschap nog Afrikaanser toen we langs de modderige oevers van het Volkerak, zover het oog reikte, een gele zee van Goudknopje (Cotula coronopifolia) zagen staan (zie foto’s).

Deze kolonist uit Zuid Afrika werd pas in 1972 voor het eerst in Nederland aangetroffen. De Duitsers noemen de plant Kraaienvoetbladige Loogbloem.

De wandeling was in oktober en Parnassia was zo goed als uitgebloeid. De kroonblaadjes waren verwelkt, maar de meeldraden waren nog gaaf en lagen nog als opvallende witte strepen op de kelkblaadjes. Met de verwelkte staminodia aan de randen en het opgezwollen vruchtbeginsel was er een ‘nieuwe’ bloem ontstaan. (zie foto)

Watermunt bloeide nog en gaf ook door de geur blijk van zijn massale aanwezigheid. Die geur werd nog versterkt omdat we er doorheen liepen. Veel van deze planten waren aangetast door een Galmijt (Aceria megacera). Heel de top van de plant was veranderd in een soort kluwen van vergroende bloemen. De oorspronkelijke bloem van de Watermunt was niet meer als zodanig herkenbaar. Haast niet te geloven dat dit veroorzaakt werd door een beestje dat je nauwelijks met het blote oog kunt zien. Hier en daar stond ook Rode Waterereprijs in de modder.

Op de onderkant van de bladeren van de Kruipwilg zaten soms rode galletjes ter grootte van een erwt. Soms met een witte donsachtige beharing (zie foto). Dat was volgens het Gallenboek het werk van de Kruipwilgbladwesp (Pontania collactanea). We vonden ook nog een paar, weliswaar slecht ontwikkelde, bloeiende exemplaren van de Zomerbitterling.

Hier en daar stonden ook de uitgebloeide bolletjes van de Aardbeiklaver, hetgeen er toch op wijst dat er nog zout in de bodem zit. Zeekraal stond er trouwens ook genoeg. En dat zijn planten die nog meer als Aardbeiklaver prijs stellen op een hartige bodem. En dat na een verzoetingsproces van 23 jaar!
Precies aan het einde van een van de kreken bij de paaiplaats stond het helaas uitgebloeide Knikkend Tandzaad. Daar in de buurt ook een groepje met Dwergzegge, maar het zou ook de Geelgroene Zegge geweest kunnen zijn. De grootste Brede Wespenorchis die we langs het pad tegen kwamen was ruim 95 cm hoog!

Na wat struinwerk stonden we plotseling weer op de gele route. Langs die route was Joke Stoop op zoek naar de Ruige Leeuwentand, een plant die op de rode lijst staat en vaak wordt verward met Kleine Leeuwentand. Het zou voor dit gebied heel bijzonder zijn.
32 vogelsoorten was een magere oogst, al liet een Grote Zilverreiger zich door de gaten van de gluurmuur goed bekijken. Hij stapte met lange bedachtzame passen door het ondiepe water.

De groepen met Grauwe Ganzen, die richting Volkerak vlogen, waren blijkbaar in een opperbeste stemming. Ze wervelden ineens met flapperende vleugels naar beneden alvorens weer gewoon verder te vliegen. Er vlogen enkele Kepen over. Leuk om hun typische roep weer eens te horen. Dat betekende in ieder geval dat ze weer uit hun noordelijke broedgebieden in Nederland zijn gearriveerd.

2 gedachten over “Goudknopje op de Dintelse Gorzen

  1. Hoi Mosmanneke. Wanneer gaan we hier nog eens kijken ik vind dit zo’n mooi gebied. Het is er al een paar jaar niet meer van gekomen.
    Je kunt er zo lekker wandelen en picknikken doen we weer eens gauw hé op een mooie dag. xxx Tonnie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*