Mosmanneke

Zijn schijnbessen bessen?

Half september 2010 wandelde ik naar observatiehut “De Steltkluut” in het Rammegors. De weg werd me versperd door twee grazende Reeën. Het pad langs de Oostdam, tussen Rammegors en Schelde-Rijnkanaal, was gemaaid en het uitschietende gras betekende een lekker hapje voor ze. Heel langzaam liep ik door. De koppen en de oren gingen omhoog. Ze lieten me toch nog aardig dichtbij komen alvorens ze over de dam verdwenen. Even later, aan het eind van de Eendrachtskreek, zag ik ook nog een Reebok met geit lopen.

Grote Parasolzwam (Oostdijk Rammegors)

De observatiehut was zo goed als onbruikbaar. De lange rietstengels belemmerde een goed uitzicht. Misschien maar goed ook want juist dáár klonk het speenvarkengeluid van de Waterral! Langs het pad, niet ver van de hut, stonden enkele verse exemplaren van de Grote Parasolzwam. De grootste was bijna 30 cm hoog en de hoed had een diameter van 18 cm. Ook de Zwartwordende Wasplaat, die ik daar vele jaren geleden (o.a. in 1993), wel eens had gezien kwam nog steeds in het gebied voor. De Oostdam bleek wat planten betreft nog steeds een aardige dijk. Op sommige plekken tegen de dijk stond opvallend veel Rendiermos. Vermoedelijk Gebogen Rendiermos.

Scherpe Fijnstraal (Oostdijk Rammegors)

Ook heel wat Scherpe Fijnstraal die toch niet echt algemeen is. Ze stonden er zowel bloeiend als met bolletjes vruchtpluis. Het takje dat ik thuis in het water zette ging gewoon door met het vormen van vruchtpluis. Ik merkte dat omdat de bloempjes lager aan de stengel plotseling verdwenen waren en net als de anderen veranderd waren in vruchtpluis! Hier en daar stond de Kruisdistel nog te bloeien, evenals Witte Honingklaver en Vlasbekje. Achter de afrastering, wat dichter bij de Eendrachtkreek bloeide in een lange strook nog volop Watermunt en Heelblaadjes door elkaar heen. Gewoon op het pad kom je ook Stijve Ogentroost en Kattendoorn tegen. Allebei nog mooi in bloei.

De bessen van de Duindoorn waren al fel oranje gekleurd. Eigenlijk zijn het schijnbessen. Bij een echte bes liggen de zaden min of meer los in het vruchtvlees zoals bijvoorbeeld. bij een druif. Bij de Duindoorn is de kelkbuis rond het zaadje uitgegroeid tot een soort sappig weefsel. Weliswaar sluit dit weefsel zich rond het zaadje zodat een soort bes ontstaat, maar dit verschilt duidelijk met de manier waarop een echte bes wordt gevormd.

Vanaf de Oostdam was het uitzicht over het water een stuk beter dan vanuit de hut. Aan de rand van de Eendrachtkreek zat een heel stel Knobbelzwanen. Pas toen er 7 de lucht ingingen en de rest bleef zitten trokken ze mijn aandacht. De 7 die vertrokken waren Lepelaars! Een bewijs dat je ook een groep, met op het eerste gezicht dezelfde soort vogels, altijd goed moet bekijken. Er kan altijd wat anders tussen zitten.

De spelende Kauwtjes op de brug over de Schelde-Rijnverbinding zaten er waarschijnlijk al meteen nadat de brug in 1973 gereed was gekomen. Ook de watertoren van St.Philipsland was goed bevolkt met deze vogels.

Na het houten bruggetje door het Riet stak ik de Krabbenkreekweg over om even over het werkhaventje van St.Philipsland te kunnen kijken. Voorzichtig boven de dijk uitkijken was niet voldoende om de vogels te laten zitten. Ze vlogen meteen wat verderop. Alleen een paar Steenlopers kenden me blijkbaar nog van vroeger! Een Rosse Grutto, met zijn voeten in het water, bleef trouwens ook nog even staan. In vooraanzicht waren de witte wenkbrauwstrepen allebei goed zichtbaar. Ik glipte toch maar even langs de afrastering van het werkhaventje. Ooit zagen we daar 3 Velduilen en op een of andere manier blijft je dat bij. Zelfs al is het bijna 25 jaar geleden! Echter geen Velduilen dit keer, maar wel het fraai in bloei staande Groot Kaasjeskruid. ‘Sylvestris’ betekent bos, maar dat is langs de Krabbenkreek niet te vinden!

Groot Kaasjeskruid (werkhaventje St.Philipsland)

Ik stak de Krabbenkreekweg weer over om verder het wandelpad te volgen langs en door het Rammegors. Een Torenvalk liet zo lang achter elkaar zijn roep horen dat ik me afvroeg wat er aan de hand was. Een paar honderd meter verder verstoorde ik een Sperwer die midden op het grazige pad aan een pas geslagen Houtduif zat te plukken. Ik nam aan dat de Torenvalk als getuige zijn mening aan het verkondigen was!

Dagpauwoog (Rammegors)

Er vlogen nog behoorlijk wat vlinders en libellen. Een Dagpauwoog liet zich gewillig fotograferen en ook een Paardenbijter (libel) weigerde zijn zonnig plekje prijs te geven. Misschien zit hij wel eens op paarden, maar bijten! Ook de Bruinrode Heidelibel had geen cameravrees.

Paardenbijter (Rammegors)

De Zeedijk tussen de van Haaftenpolder en de Krabbenkreek stond goed overhoop. Men was bezig de dijk over een lengte van anderhalve kilometer te versterken. Met de telescoop uitkijken over het Stinkgat klinkt niet erg aanlokkelijk, maar dat valt in de praktijk alles mee!

Ook op de Philipsdam bewees de telescoop zijn waarde. Twee Grote Zilverreigers die met langzame stappen door het ondiepe water van de Plaat van de Vliet stapten werden door het lenzenstelsel van het instrument tot bijna in de auto getrokken. Rechts op de foto van de overstekende koeien staat toevallig ook een Grote Zilverreiger.

Bijna een Afrikaans tafereel op de Slikken van de Heen west

Op de Beukelenberg (Slikken van de Heen west) zat een Slechtvalk op een paaltje. Blijkbaar zijn favoriete rustpunt, want het paaltje is al jaren als zodanig in gebruik. Hij was omringd door rustende Brand- Grauwe- Canadese Ganzen en andere vogels. Hij zat midden in zijn provisiekast!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*