Mosmanneke

Slikken van de Heen Oost 1

 

Het schelpstrandje (zie foto) liet zich vanaf het Benedensas en de Heense Dijk niet zo gemakkelijk bereiken. De wildernis had me binnen de kortste keren helemaal opgeslokt. De Moerasmelkdistel (Sonchus palustris) keek bijna hautain op me neer, maar legde me verder geen strobreed in de weg. Hoe anders was dat met brandnetels, kleefkruid, bramen en adelaarsvaren. Ze namen me ‘grijnslachend’ zonder enige vorm van respect in een beklemmende omarming. Maar eenmaal op het strandje zijn alle ontberingen weer snel vergeten. Zeker als je in de rietstrook langs het water verwelkomd wordt door twee roepende Waterrallen.

Schelpstrandje

Moerasandoorn (Stachys palustris) stond nu ook in bloei. Het is een algemene plant, maar ‘algemeen’ betekent gelukkig niet minder mooi. Wat er nog meer bloeide waren Heelblaadjes (Pulicaria dysenterica). Gezien de naam werden ze vroeger misschien wel als geneesmiddel gebruikt. Het tweede gedeelte van de wetenschappelijk naam wijst op het gebruik tegen dysenterie. Ze behoren bij het geslacht Vlooienkruid. In Duitsland noemen ze het Groot Vlooienkruid. Het schelpstrand werd hier en daar opgesierd met paarse toefjes Lamsoor (Limonium vulgare). Zulte (Aster tripolium) stond er maar heel weinig meer. Watermunt (Mentha aquatica) daarentegen volop. Tussen de begroeiing aan de waterkant bloeide Bitterzoet (Solanum dulcamara).

Heel leuk was ook de aanwezigheid van Parnassia (Parnassia palustris). Niet met een paar bloempjes, maar met honderden. Het is een beschermde plant die als kwetsbaar op de rode lijst staat. Dat geldt ook voor de Moeraswespenorchis (Epipactis palustris) (zie foto) waarvan er een paar honderd stonden.

Moerasorchis

Beide beschermde soorten stonden door elkaar heen wat op een bepaalde plaats een fraaie aanblik opleverde. De bloemtrossen van de Moeraswespenorchis hangen wat over, maar als je ze even overeind helpt zie je de schoonheid van de bloem in volle glorie. Het was nog niet gedaan met de rode lijst soorten. Wat meer naar de waterkant tussen de Watermunt stonden enkele planten van Zilt Torkruid (Oenanthe lachenalii) ca 40 cm hoog en, althans voor een schermbloem, weinig in het oog lopend. De randbloemen van elk schermpje stonden op langere steeltjes waardoor ze er wat buiten uit staken. (zie foto)

Zilttorkruid

Waterpunge (Samolus valerandi) stond ook in volle bloei. Niet dat het spectaculaire planten zijn, de witte bloempjes zijn maar 4 mm groot. Een apart plantje is het wel. Zelfs de bloemsteeltjes zijn al bijzonder. Halverwege maken ze een knik en precies op die plek zit een stekelachtig uitziend blaadje. Als je met de loep een bloempje van binnen bekijkt zie je pas hoe symmetrisch deze is opgebouwd. Aan de basis van de kroonblaadjes staan de vijf meeldraden met de gele helmknopjes. Tussen die gele knopjes staan vijf witte staminodia. In feite zijn dat ook meeldraden, maar ze zijn steriel en brengen dus geen stuifmeel voort. Waar ze dan voor dienen? Ik weet het ook niet. Ze maken het binnenste van de bloem wel aantrekkelijker wat op zichzelf al functioneel zou kunnen zijn. Late Guldenroede (Solidago virgaurea) valt door zijn hoogte en gele bloemtrossen heel wat meer op. Deze composiet komt eigenlijk uit Noord Amerika. Bekende tuinplant ook. Maar sommige sierplanten slaan hun vleugels uit en weten zich op eigen kracht in de Nederlandse natuur te handhaven.

Op het schelpstrandje bloeide ook Hertshoornweegbree (Plantago maritima). De blaadjes waren aan de onderkant gootvormig, maar dat is geloof ik geen echt kenmerk.

Een tijd lang was ik zoet met het fotograferen van een Gewoon Spitskopje (Conocephalus dorsalis). De benaming Rietsprinkhaan kwam ik ook tegen. In dit geval zat ze echter gewoon in een grasstengel, overigens niet ver van een rietkraag. Gezien de ovipositor (legboor of sabel) aan het achterlijf ging het om een vrouwtje. Zij liet zich zomaar niet op de foto zetten. Telkens als ik de camera in stelling bracht kroop ze achter de stengel waar ze maar gedeeltelijk zichtbaar was. Dat probeerde ik op te lossen door voorzichtig rond de stengel te lopen. In hetzelfde tempo als waarmee ik rond de stengel liep draaide ze mee! Wat ik ook probeerde ze bleef de stengel tussen ons in houden. Tenslotte wist ik het enigszins op te lossen door mijn linkerhand om de stengel heen te bewegen. Daardoor verplaatste zij zich naar de kant waar ik met mijn camera zat te wachten. Zodra ik echter mijn linkerhand terugtrok om de camera met twee handen vast te kunnen houden draaide zij zich weer naar de achterkant van de stengel. Uiteindelijk, door zeer omzichtig te werk te gaan, kreeg ik het spitsvondig Spitskopje toch op de foto.

Spitskopje

‘t Mosmanneke september/oktober 2011

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*