Gedichten

Gedichten

Spinnen

Waarom vinden mensen spinnen
meestal van die enge dingen?
Komt er een naar binnen
raken ze buiten zinnen.
Men zou toch moeten weten
dat spinnen geen mensen eten.
Toch doodt de mens de Spin.
Wie is de grootste engerling?
(Zouden bepaalde mensen weten dat het griezels zijn?)

Een seconde herinnering

Gestaag zijn jaren weg aan ’t kabbelen,
maar waarom lig ik voor den drommel,
nog steeds met jou te babbelen
op de Chinese schommel?

Waarom zie ik nog de sneeuw
waardoor we naar de kerk gaan?
Waarom zie ik na een halve eeuw
jou nog in de banken staan?

Waarom plukken we weer bramen?
Wie had dat ooit verwacht?
Waarom glijden we weer samen
over de bevroren gracht?

Ik herinner me nog heden
vier luttele tellen hier op aarde,
toen ik zestig jaar geleden
in je donkere ogen staarde.

We deden onze weekend ronde,
jij keek om en lachte.
Waarom zit die ene seconde
al vijftig jaar in mijn gedachte?

De regen kon het vuur niet blussen,
het vuurtje in de natte straten.
Waarom zullen die tedere kussen
mijn hersens nooit verlaten?

(Met dank aan Wilma Roovers, Ria Briaire,
Toos Mondoerijn, Ria van Gastel,
Jenny Hopstaken en Ria Sprenkels)

“Compliment”

‘Jij hoort niet in de maatschappij’
zei de dame ietwat stoer
na wat oeverloos geroer
in de politieke brij.

Dame, ik hoor dat u me kent,
u hebt het goed gevoeld
en hoewel niet zo bedoeld
beschouw ik het toch als compliment.

(‘Politiek’ het klinkt als een vloek)
Bomen weg

‘Alle bomen zijn weg’ zei een vrouwtje in Chaam,
‘hier hebben wel honderd eiken gestaan.’

‘Geloof het of niet’
zei echtgenoot Piet,
‘maar dat heeft de groenvoorziening gedaan.

(Let maar op.
De ‘groenvoorziening’ is bijna altijd groen aan het weghalen!)

Genieten

Er waren eens twee Jannen
in discussie met twee Pieten.
Ze hadden het deze mannen
over hoe je moet genieten.

De ene Jan die ging op pad
met wat vrienden in de natuur.
We wandelen en we babbelen wat,
we genieten van dat uur.

De andere Jan bleef ook niet binnen,
zocht in de bossen zijn vertier.
Door hard te rennen en te trimmen
genoot hij op zijn manier.

Piet genoot ook van de bossen.
Met de motor of met de fiets
over steile paadjes crossen
had volgens hem wel iets.

‘Kijk’ zei de laatste van de Pieten,
‘jullie komen voor je eigen,
wil je van de natuur genieten
dan moet je horen, zien en zwijgen.
(Echte genieters praten niet)

Pralende zonnekoek

Onder de pas geweelde flenzen
van de pralende zonnekoek,
ligt de brakker stil te penzen,
bulkt de bruiker uit z’n broek.

De proes pardoedelt in overtooi,
er floeperen padjes in padjelas.
De zwalm zwiegelt bront en brooi,
de krokel kroekelt in wonderwas.
(Grapje)

Blozekriekske

Je bent m’n wijze levensles.
Je bent m’n huis, je bent m’n hoefke.
Je bent m’n freule, m’n barones,
m’n duifke en m’n woefke.

Je bent voor mij de wereldbol,
het belangrijkste van pool tot pool.
Je bent m’n fruitmand boordevol,
m’n lekkere Savooyekool.

Je bent de poes met wie ik stoei.
Je bent m’n stad, je bent m’n straatje.
M’n blozekriekske en m’n goei,
m’n klein groen salieblaadje.

Je bent het zonlicht door m’n raam,
m’n samba’s, rumba’s, walsen.
Je bent m’n lopen, liggen, staan,
m’n onvervalste malse.

Je bent het toppunt van de aarde,
het ultieme tijdverdrijf.
Al het geluk dat ik vergaarde,
Je bent de adem door m’n lijf.

(Voor Ria)
Stof

Het gaat niet goed van binnen.
Mijn denken wordt beroofd.
Allerlei verwarde zinnen
schieten door mijn hoofd.

Het gaat niet goed van buiten,
het licht gaat langzaam uit.
De tijd begint te kruipen
in alle poriën van mijn huid.

Binnenkort ben ik afwezig,
het klinkt misschien wat grof.
Mijn lichaam is al bezig
met de omschakeling naar stof.
(Het is niet anders)

Misvormd

De Schepper schiep en deed z’n best,
schiep koningen en herauten.
Schiep man en vrouw en heel de rest,
maar maakte enkele fouten.

Ik loop rond in z’n koninkrijk
met handen veel te klein,
want ik kan niet overal tegelijk
op haar Goddelijk lichaam zijn.
(Snoeper!)

Eén Aarde

Alleen de mens leeft op één aarde
in verschillende werelden.
(Raar)

JE ZUS

Mijn zusje uit Den Briel
zit dagelijks God te eren.
Zij bidt met hart en ziel
in haar zwarte nonnenkleren.

Zij begint haar lange brieven
altijd met ‘Grüss Gott’
en schrijft naar eigen believen
over Judas Iskarioth.

Mijn zusje moet maar eens gaan boeten,
want steevast schrijft die vrome ziel,
‘ontvang de hartelijke groeten,
van jezus uit Den Briel.
(Misschien is God wel een vrouw)

Klomperiken

Mensen die ABN praten zijn nog geen kakkers.
Mensen die dialect praten zijn nog geen lomperiken.
(Niet voor iedereen is dat logisch!)

Ik mis je

Ik mis je op het pad,
ik mis je op het mos.
Ik mis je in de stad,
ik mis je in het bos.

Ik mis je in je stoel,
ik mis je in de douche.
Ik mis je warme kroel,
ik mis je appelmoes.

Ik mis je bij het maal,
ik mis je bij het wachten.
Ik mis je als ik ademhaal,
ik mis je alle nachten.

Ik mis je gaan en staan,
ik mis je bij het feest.
Ik mis je geest en lichaam,
alles wat is geweest.

Ik mis je blije lach,
ik mis je idealisme.
Ik mis je elke dag,
ik mis je, ik mis je.

Ik mis je warmte en je kou
Ik hoor nog steeds je stem
Ik moet verder zonder jou
tot ik zelf niet meer ben.
(Echte liefde wordt alleen maar “erger”. )

2 gedachten over “Gedichten

  1. Gelukkig kan je je gedichtjes en limericken ook op Groeninfo kwijt 🙂
    Bedankt voor je bijdragen.
    Misschien (?) maak ik van het “mezen-geheel” wel een boekje.

  2. Jij ook bedankt Ineke voor je reactie. Het blijft maar doorgaan met die mezen he? Maar wel leuk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*