Mosmanneke

Tjiftjaffen hoor je ook niet meer

Het centrum van De Moeren bij het bekende café ‘In den Anker’ is vooral bij vogelaars welbekend. Je hebt een geslaagde vogeldag als je in het voorjaar op Vrede-oord de Bosuilen hoort roepen. De ‘boomgaard met de nestkastjes’ is een begrip.

Onderweg moest ik even van de fiets. Dat gebeurt regelmatig, vooral als ik in de berm iets bijzonders denk te zien. De grote gitzwarte vlieg op een schermbloemige leek wel een hommel. Het ging echter om onze grootste parasiet- of sluipvlieg. Een Nederlandse naam kon ik voor het beestje niet vinden. Zijn wetenschappelijke Latijnse naam was echter al mooi genoeg. Tachína gróssa, zo zou ík nog wel willen heten! Slachtoffers maakt hij voorname­lijk onder rupsen, maar hij is ook niet vies van spinnen, pissebedden en duizendpoten. Soms legt hij zijn eitjes ín de rups maar ook wel erbuiten. De larfjes komen vrijwel onmiddellijk uit het ei en zijn in staat om zich van buitenaf in de rups te boren en daar hun ontwikkeling voort te zetten. Soms kan de rups nog wel verpoppen maar later komt er uit de pop geen vlinder maar een vlieg! Beseft u ten volle het griezelige van deze gebeurtenis? Ongeveer als een moeder die tijdens haar zwangerschap geïnfecteerd wordt en daardoor geen kind baart maar een zwerm vliegen! Geen science fiction, maar werkelijkheid!

Herfst

In bovengenoemde boomgaard scharrelden twee Bonte Vliegenvangers rond. Er vond ook voedseloverdracht plaats waarbij het vrouwtje het voedsel met trillende vleugels in ontvangst nam. Op die manier wordt ze door het mannetje in stemming gebracht! Ook als ze broedt wordt het vrouwtje regelmatig door het mannetje gevoerd. Af en toe hing het mannetje voor de opening van ‘zijn’ nestkastje. Hij was lang niet zo donker gekleurd als op de meeste afbeeldingen is te zien. Meer bruin dan zwart maar dat schijnt bij alle Midden-Europese soorten het geval te zijn. Mijn respect voor deze vogeltjes steeg met sprongen toen ik las dat ze overwinteren in tropisch Afrika! Daarvoor moeten ze o.a. de Sahara oversteken. Voor ze aan die gevaarlijke overtocht beginnen is het verzamelen geblazen in Portugal, Spanje en Gibraltar. Daar eten ze wat ze kunnen om vetreserves op te bouwen. Dat moet hen genoeg energie opleveren om de tocht te volbrengen. Rond 1935 was de Bonte Vliegenvanger nog behoorlijk zeldzaam. De vele nestkastjes die in Neder­land worden opgehangen komt zijn verspreiding zeer ten goede. De eigenaar van de boomgaard die juist langs kwam maakte even een praatje. Al na een paar zinnen wist ik dat zijn ideeën me niet aanspraken. Al het dorre hout in de bossen was hem een doorn in het oog.

“Vroeger moesten we dat allemaal opruimen want het veroorzaakte ziektes, nu zeggen ze, dood hout leeft.” In zijn stem klonk enige schamperheid door. “Als er één boom ziek is hoeven ze toch niet allemaal ziek te worden’ probeerde ik voorzichtig, “de natuur regelt dat toch zelf.” Hij zat echter muurvast aan zijn ingenomen standpunt. Wat hem betreft konden er maar niet genoeg Eksters worden afgeschoten. Hij ging ook wel eens met de jagers mee om het wild op te drijven. “Zanglijsters zingen er ook niet meer” zei hij “de nesten worden allemaal leeggehaald door Vlaamse Gaaien.” “Vanmorgen heb ik toch al heel wat Zanglijsters gehoord” zei ik. “Ja maar híér zitten er geen meer” zei hij “en de Tjiftjaf hoor je ook niet meer.” Waarschijnlijk werd hij een beetje doof want achter ons zong uit volle borst een Tjiftjaf!

Ik probeerde hem wat op te vrolijken door te zeggen dat de omgeving waar hij woonde het mooiste plekje was van De Moeren maar echt verguld was hij daar niet mee. Hij bleef zijn gram spuien over jonge mensen die met auto’s naar het bos gaan in plaats van met de fiets, over trimmers die hem zwetend en hijgend voorbij liepen, dat er geen echte vogelaars meer waren, dat hij de Grauwe Vliegenvanger nog niet had gezien, dat één versnelling op zijn fiets meer dan genoeg was, dat hij hard had moeten werken vroeger, enz.enz. Tegen zoveel wijsheid en leed kon ik niet op. “Ik rij maar weer eens verder” zei ik Langs de Moerse Baan raakte een Torenvalk in conflict met een Blauwe Reiger. Maar goed dat de eigenaar van de boomgaard het niet zag. Ongetwijfeld had hij geconcludeerd dat zelfs in de vogelwereld de verhoudingen niet meer waren als vroeger.


‘t Mosmanneke
oktober/november 2008

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*